Page images
PDF
EPUB

schappy over de Hindoos uitoefenen, heeft zo weinig overeenkomsts met die welke plaats grypt by de kleine Sou. verainen van zulke Staaten in Europa, als in eene bykans gelyke omstandigheid geplaatst zyn, dat men het grootite onregt zou doen aan het beminnelyk en goeddaadig character der Hindoos , wanneer men deeze met geene wilde vergelyken. Daar te lande heeft het Regt van Oppermagt het zagte voorkomen van Vaderlyk Gezag. De Vorst merkt het Volk aan als zyne Kinderen, om welke te beschermen en te bevoordeelep hy van den Hemel bestemd is ; en de genegenheid van den Onderzaat voor den Vorst, onder wiens toevoorzigt hy de zegenin, gen der Vryheid en Ruste geniet , groeit aan, door de agting voor zyne Deugden, tot eene onlosmaakelyke verknogtheid (*).

De Verdeeling der Hindoos in vier Casten of Stammen, aan ieder van welken een byzonderen stand is toe. geschikten byzondere pligten voorgeschreeven zyn ; is, buiten twyfel, eene andere oorzaak, die ter algemeené overeenstemming medewerkt. Die verdeeling moet ge

maakt

ver

[ocr errors]

(*) De beschryvingen van een Dichter kunnen zomtyds ingeroepen worden om de verzekeringen van eenen Geschiedschry

te regevaardigen , of op te helderen. In dit licht be. schouwd, zullen de volgende gezegden uit een Schouwspel, Sa. contala, gespeeld ten Hove van een Indiaanschen Vorst, bea roemd van wegen zyne zugt voor de Kunsten, en de bescher, ming, welke hy verleende aan de beschaafde Letteren, in de eerste Eeuw vóór CHRISTUS, hier niet te onpasse komen.

Daar zit de Koning der Menschen, die het geluk ten zynen gebiede heeft , nogthans betoont hy gelyke hoogagting voor

allen; hier wordt geen Onderdaan zelfs van den laagsten ,, stand, met versmaading bejegend. Gy zoekt uw eigen

vermaak niet; neen, het is voor uw Volk, dat gy u, van dag tot dag, vermoeit. Wanneer gy de roede der Regtvaardigheid zwaait, brengt gy te regt allen die van de

paden der deugd zyn afgeweeken ; gy stilt den twist; gy zyt gevorind ten welzyn uws Volks; uwe Bloed, en Aana

verwancen bezitten, 't is waar , grooten rykdom ; maar za onbeperkt is uwe toegenegenheid, dat alle uwe Onderdaanen,

door u, als uwe Bloedverwanten worden aangezien.[Van het Indiaansche Schouwspel Sacontala, met de Ophelderingen van G. FORSTER, hebben wy eene keurlyke Nederduitsche Vertaaling, in den Jaare 1792, by A. LOOSJES, Pz. uitgegeeven.] REDACT

[ocr errors]

maakt weezen in een tydperk voor de naspeuring te verre afgelegen, en dat zelf de gissing verbiedt een stoute vlugt te neemen. Dezelve wordt door de Hindoofche Schry. vers, met het kleed der Allegorie omzwagteld, voorge. steld. Zy zeggen , dat BRAHMA, de magt van den Allerhoogsten ontvangen hebbende om het Menschdom te scheppen , de Hindoos op de volgende wyze her. voortbragt.

Uit zyn Mond kwam te voorschyn de Bramin, en hy schikte deezen Rang, om de voortreflykste te zyn ; hy gaf deezen ter bezigheid, de Godsdienstplegtigheden te volvoeren , en het Menschdom in de paden van pligt te onderwyzen.

De volgende Stam, door BRAHMA geschaapen, was de Khettrie, of Oorlogsstam ; dezelve kwam voort uit zyne Armen; de pligt van deezen is, het Volk te verdeedigen, te bestuuren, en te beveelen; van deezen Stam kwamen de oude Rajahs voort.

Voorts schiep hy de Bice, of Banyan, uit zyne Dyen en Buik, en bestemde deezen tot de bezigheid des Landbouws en des Koophandels.

En eindelyk bragt hy van zyne Voeten voort den Stam van Sooder , en lag deezen toe de pligten van Onderwerping, Arbeid en Gehoorzaamheid.

De pligten en deugden, aan elk deezer Casten opgelegd, worden niet onaartig beschreeven in de volgende plaats van de Bhagvat Geeta ; een Episode van het groot Heldendicht, in 't Engelsch vertaald door Mr. WILKINS.

De natuurlyke pligt van den Bramin is vrede, zelfbedwang , geduld, opregtheid, wysheid en geleerdheid. » De natuurlyke pligten van de Khettrie zyn dap. » perheid , roembejag, en uit het veld niet te vlieden; w opregtheid, edeļmoedigheid, en een Vorstlyk gedrag.

De natuurlyke pligten' van de Bicc zyn het Land te w bouwen, het vee op te passen, te koopen en te ver.

koopen. De natuurlyke pligt van de Sooder is » dienstbaarheid. Een Mensch, de pligten volbren» gende, hem door zyn geboortelot opgelegd, kan niet „ kwalyk handelen. Een Mensch , te vrede met zyn » eigen byzonderen Stand, komt tot volkomenheid (*).

Schoon

(*) Wy kunnen niet galaaten onze Leezers, om een opzigte

1

Schoon alle Bramins geen Priesters zyn, kan niemand, dan die van deeze Caste is, iets verrigten dat het Priester doin toekomt. De Leden van elke andere Caste hebben voor hunne eigene den diepsten eerbied; en een geest van partytrekking voor elk derzelven Itraalt door in hunne Wetten, zo wel als in hunne Godsdienstige inrig. tingen.

Zy die vermaak scheppen in de pylen van smaad te gen de orde der Priesteren aan te leggen en af te schieten, (zonder te bedenken dat het uitvaaren tegen eenige byzondere klasse van Menschen 't zelfde is als een satyre op het Menschdom te maaken), zullen gereedlyk aan de Bramins zelve toeschryven het maaken van Weta ten, die bevorderlyk zyn voor hunne belangen , en zulks aanvoeren als een bykomend bewys van Priester bedrog en Priester - eerzugt ; maar een oogenblik bedenkens en overweegens, zo op de pligten als op de voordeelen van deeze Caste, zal een einde maaken aan deeze haatlyke zegepraal. · Een afkeer van bloedvergieten is een beginzel, 't welk door den geheelen Hindoo-Godsdienst heenen werkt; maar de Bramins neemen dit in de striktite maatein agt. Zy eeten niets 't geen leeven ontvangen heeft. Hun voedzel bestaat gehecl uit vrugten en moeskruiden: hun eenige weelde is het drinken van Koemelk ; een Dier waar voor zy eene byzondere hoogagting hebben. Niet alleen hun elke daad van vyandlykheid, maar ook van zelfver. deediging, strikt verboden. Aan geweld zich met het gelaatendst geduld onderwerpende, laaten zy aan God en aan hunne Rajahs de wraak over van alle de beledigingen, welke zy moeten lyden.

De scheiding der onderscheidene Casten van elkander is volstrekt en onveranderlyk: deeze maakt den grondslag uit van hunne Wetten, en de minste verbreeking daar van mist niet eene algemeene afkeuring te ondergaan.

Uit deezen hoofde zyn die bronnen van onrust, welke de meeste Ryken op aarde in eenen staat van geslaage onrust houden , onbekend aan de ftil leevende Kinderen

van van de Casten nader berigt te bekomen, en eene en andere Aanmerking over die verdeeling in Standen en Beroepen te leezeu , te verzenden tot w. ROBERTSON's Geschiedkundig Onder. Zoek , wegens de kennis , die de Ouden hadden van Indie. Ry J. YNTEMA en A. Loosjes Pz. 1793.

1S

[merged small][ocr errors]

van BRAHMA. De oproerigheid der eerzugt, de werk-
zaamheden des nyds, en de morrende klagten van mis.
noegen, zyn even onbekend by een Volk, waar elk Lid
de bezigheid volgt en de voetstappen zyns Voorvaders be-
treedt; het als een eerste en hoofdpligt aanmerkende,
zich in dien kring te houden, welke hy vast gelooft dat
hem door de hand der Voorzienigheid is toegeschikt.
** In den geest van den Godsdienst der Hindoos doet zich
eene nog kragtdaadiger werkende oorzaak op van de duur
zaamheid huns Staats. Oorspronglyk in zynen aart, en vol.
strekt in zyne bepaalingen, brengen de Voorschriften van
den Godsdienst eene geheele afzondering van de rest des
Menschdoms mede. Verre egter van de zodanigen te
ontrusten, die van eene andere Godsdienstbelydenisse
zyn, door dezulken tot de hunne over te haalen, laa.
ten zy geen aankomelingen tot hun eigen toe. Schoon
allervasthoudendst aan hunne eigene Leerbegrippen, zelfs
in eene maate dat men 'er te vergeefsch eene wedergade
van zal zoeken by menschen van eenige andere Gods-
dienstbelydenisse, Ipoort de yver van de Godsdienstigste
Hindoos hun niet aan, om Menschen van andere Gods-
dienstbegrippen te haaten , te veragten, of met een me-
delydend oog te beschouwen; noch doet hun anderen
aanmerken als min dan zy door den Almagtigen be-
gunstigd.

Deeze geest van onbepaalde Verdraagzaamheid ontstaat natuurlyk uit de hoogverhevene denkbeelden , welke zy koesteren van de Godheid , hun geleeraard door de Bra. mins, en allerwegen in hunne Schriften voorkomende; en die alleen geëvenaard worden in dat Euangelie, 't welk

het Leeven en de Onsterflykheid aan het licht bragt. Dat Weezen, 't welk zy onderscheiden door de verschillende naamen van het Beginzel der Waarheid! den Geest der Wysheid! den Oppersie! die het Heelal vormde, wiens Volmaaktheden niemand kan bevatten binnen den engen kring der menschlyke denkbeelden, ziet, zeggen zy, met het zelfde welgevallen allen, die zich bevlytigen om zynen wil te doen, in het ontelbaar geslacht der redelyke Scheppinge. Zy oordeelen het onteerend voor dat Weezen, te stellen, dat het den eenen Godsdienst boven den anderen keurt. Zulk eene voorkeuze te veronder. 1; stellen, houden zy voor de hoogste godloosheid; dewyl », dezelve eene onregtvaardigheid influit, ten opzigte van de zodanigen, die hy onkundig laat van zynen wil.”

Zy

[ocr errors]
[ocr errors]

وو

[ocr errors]

Zy besluiten daar uit, dat elke Godsdienst byzonder geschikt is naar het Land of het Volk, dat denzelven be. lydt.

De Bramins, die het Wetboek der Gentoos zamenstelden, door Mr. HALHED vertaald, geeven hun gevoelen , dit stuk betreffende, met zeer ronde woorden te verstaan.

De waarlyk kundigen,” dus luidt hunne taal, , wees, ten wel, dat de verschillendheden en verscheidenhe.

den der geschaapene dingen een straal zyn van des Scheppers heerlyk weezen, en dat de itrydigheden van geaartheden afbeeldzels zyn van zyne wonderbaare eigenschappen. Hy beschikte voor ieder Stam zyn ei. gen Geloof, en voor elken Aanhang zyn eigen Godsdienst, en ziet, in elke byzondere plaats, de wyze van Godsdienstoefening daar bestemd. Zomtyds is hy met die, in de Mosquees, de heilige koraalen van het bidsnoer tellen; zomtyds in de tempelen by de aanbidding

der Afgoden: hy is de Vriend van den Musulman, de % Vriend van den Hindoo, de Medgezel van den Chris % ten, de Vertrouweling van den Jood.

Eene Verdraagzaamheid, gebouwd op dusdanige beginzelen, fluit noodwendig buiten, die Godgeleerde bittere twisten, die verregaande en wreede haatlykheden, welke, hetaas ! onder eene bedeeling, welks hoofdeigenschap Liefde is, zo vaak de rust der Maatschappye verstoord hebben. Daar is de bittere berisping, de wrange wederspraak, het geweldig uitvaaren tegen verschillenddenkenden, geheel onbekend. Onder de banieren van den Hindoo - Godsdienst rangschikten zich nimmer de verbit. terende driften. „ Hy, myn Dienaar,” zegt KRISHNA, spreekende in de persoon van de Godheid, , Hy, myn

Dienaar, is my dierbaar, die vry is van vyandschap, , medelydend, vry van trotsheid en zelfzoekenheid, die

zich dezelfde betoont in smerte en vermaak, die gedul» dig ongelyken verdraagt, wel te vrede is, en zyn ziel 9 op my alleen gevestigd houdt.”

Eene verdere bespiegeling van den Godsdienst der Hindoos is noodig, en zal misschien genoegzaam weezen om eene andere charactertrek der Hindoas te ontvouwen, welke zeer sterk allen getroffen heeft, die gelegenheid hadden om dezelve waar te neemen. Het geduld, betoond door dit geslachte, onder het zwaarstdrukkend ly. den, en de onverschilligheid, met welke zy de aannade. ring des Doods zien , welke zommigen toegeschreeven

heb

« EelmineJätka »