Page images
PDF
EPUB

zou dan, oordeelkundiglyk, zo veel meer reden hebben om de waarheid van Jezus Leven en Leer (hier voor naamlyk ter zaake dienende) in twyfel te trekken, als de Beschryvers daarvan meer misleid zouden geweest zyn, of als zy zelven meer bedriegeryen zouden hebben in het werk gesteld, om hunne Beschryvingen geloofbaar te maaken. Want wie kan op dwaalgeesten of op leugenaars vertrouwen , schoon die ook zomtyds de waarheid mogten spreeken? Wat geloof verdient een blinden, Ipreekende over het licht en de koleuren ? en wat ingang zal het vin. den , op het woord van eenen wreedaart, wanneer hy zegt, gy moet barmhartig zyn? hunne waarheden zelve moeten hierdoor een verdagt voorkomen aanneemen, daar de gezonde reden ons zegt , dat iemand, die de zuivere waarheid zal voortbrengen, geen bygeloovige of dweeper moet weezen ; en dat nog minder hy, die bereid is der waarheid hulde te doen, zich daarby van misleidingen of bedriegeryen behoeft te bedienen, noch ook kan bedienen, vermits 'er eene tegenstrydigheid is tusschen deeze twee zaaken, even ongerymd, als dat een moordenaar of dief tegen den doodslag of de dievery zouden prediken, ja zelfs hunne redenen kragtbyzetten door daadelyk te moorden of te steelen ; en dus eene tegenstrydigheid zoo tastbaar, dat alle verstandigen gewoon zyn de dwaaling of het bedrog voor een voldoend bewys te houden van de ongegrondheid of valschheid van het geen iemand , als waarheid, wil opdisschen.

Mogelyk denkt men hier tegen te kunnen aanvoeren, dat een wys man alleen op de zaaken moet letten, en niet op de persoonen, die dezelve verhaalen of bedryveri, noch op de werkwyze, waarvan de menschen zich daarby bedienen; dat alleen de inwendige kenmerken van de echtheid dier zaaken 'er den stempel der waarde op kunnen en moeten drukken; en dat dus ook de Godsdiensten Zedeleer, in de Euangelische en Apostolische Schriften vervat, voor zo veel die met de reden overëenstemt, genoeg heeft aan haare eigene verhevenheid en schoonheid, om geloofd en betragt te worden.

Doch dan vraag ik, wat verhevenheid en schoonheid kan 'er uitblinken in eene Leer, waarvan men de Goddelyke Openbaaringen, Gods Voorzienigheid, het werk der Verzoening en zyn liefderyk Verbond met de menschen, zich uititrekkende tot in de eeuwigheid, voor

OD.

ongerymde byvoegselen houdt, en welke Leer men dus met eene reeks van dwaalingen of bedriegeryen verbonden acht, die niet anders zouden zyn, dan eene haatelyke fpeeling, in de ernstigste zaaken, met de zielen der menschen, en met de hoogstwaardige Godheid zelve 2 Moesten nu deeze dezelve niet geheel ontluisteren en in ons oog doen daalen ? of moest daaruit zelfs niet het vermoeden in iemand ontstaan, dat hy die verhevenheid en schoonheid slegts in een valsch licht beschouwde ? Immers, men houdt de fraaiste kunstgreepen, de beval. ligste vertooningen, van gochelaars voor niets anders, dan gochelaaryen ! En, diensvolgens , zou ieder verstandig mensch, myns achtens, moeten overhellen, om meer geloof te slaan, en den voorrang te geeven, aan eene min. der verhevene Zedeleer, welke niet met zo veele dwaa. lingen, of met zo veel bedrog, was doormengd.

Veel wysgeeriger, derhalven, zou de handelwyze van zulk eenen my voorkomen, die, niet geloovende aan de Geschiedverhaalen der Euangelisten en Apostelen , de Christelyke Leer, als een geheel verdagt stuk verwierpe; dan van iemand anders, die dezelve aanname tot eene regelmaat van zyn geloof en leven, ondanks dit zyn gevoelen, dat derzelver eerste Verkondigers of bedrogenen, of bedriegers, waren geweest.

Doch wanneer wy zien op Mannen, die, ongeächt alle de gedrogtelyke Leerstelselen, welke, onder het verbas terd Christendom, elkanderen zyn opgevolgd , en dikwerf, beurteling, de overhand hebben verkregen, om de verstanden te verbysteren, reeds tot die hooge maate van verlichting en overtuiging zyn gekomen aangaande Jezus menfchelyke Grootheid en diens verhevene Leer, dat zy geene twyfeling ontmoeten, zich daaromtrent met ze. keren Deïstischen Schryver in deezer voege uit te druk

„Zo de Insteller van den Godsdienst des Chris „ tendoms onze hulde niet waardig zy, als de Zoon w van God, zou men, echter, hem nog altaaren behoo „ ren op te rigten, als aan den eenigen Wetgeever, die „ eene volmaakt gezuiverde Zedeleer heeft gebragt op

aarde (*." Wanneer wy, zeg ik, op Mannen zien, welke derwyze met hun harte kunnen spreeken, en, des niet te min , het historische der Schriften des

Nieu

ken:

(*) Zie de la Philosophie de la Nature. Tom. IL pag. 476

[ocr errors]

Nieuwen Verbonds, nopens het wonderdaadige in Jezus Leven en Euangelium, als een verdichtsel, aanmerken; hoe zou het den zodanigen mogelyk zyn, in een gevoe len, zo onbestaanbaar met hun zelven en met de reden, te blyven steeken? En hoe zou het ook den zodanigen mogelyk zyn , in eene zaak van zulk een onëindig aan. belang als deeze, uit hoofde hunner miskenning van het geen schriftuurlyk historisch is, even daarom de best erkende Zedeleer met hun geloof te verzaaken? Neen, men zou het, naar myn begrip, ten dier aller opzigte, hoogst wysgeerig moeten keuren, dat zy, vervuld met een leevendig, gevoel van de voortreflykheid der Euangelische Leer, hunne denkbeelden, op gelyke wyze, poog. den te verryken met eenen gewissen grond voor de waarheid der Euangelische Geschiedenislen. Dat zy, eensdeels, met voorbyziening van het grof misbruik, t welk, in uitlegkunde en toepassing , van de Schriftuur gemaakt is, als zynde, de schuld daarvan nimmer te wyten aan de Gewyde Bladeren zelven; en, anderdeels , met aflegging, van dien laatdunkenden geest, welke zich afkeerig houdt van alles wat met den gewoonen tuurlyken, loop der dingen niet wiskunstig is overeen te brengen, hoe luttel zy weeten van den aart der Natuur en haare werkingen; hoe verborgen het voor hun is, of het niet, dan al, met Gods Wysheid instemt, dat hy, ter bereiking van groote zedelyke oogmerken , de Natuura wetten, als voor een oogenblik , zonder krenking der algemeene vastgestelde orde in de stoffelyke waereld, opschorte, of wel, door eene hoogere daad van zynen Wil, vervange; en hoe onkundig zy zyn van de middelen, welke de Alvermogende daartoe in zyne hand heeft, hunne poogingen verdubbelden, om, naar de schoone aanpryzing in het Euangelium , met alle de opregtheid der duive en met alle de voorzigtigheid der flange, te onderzoeken, of de hier vooren gemelde Geschiedenis en Leer niet even gegrond en vast bestaan? of ze niet evenzeer met de waardigheid van den Schepper en Regeerder van het Menschdom , niet evenzeer met den toestand vari het redelyk bezield, maar zwak en behoeftig, schepsel, zyn overeen te brengen? Dat zy, ten dien einde zich met hunne verstandige naarvorschingen in het tydperk van die Geschiedenis verplaatiten; dat zy zich voor ongen stelden de algemeene verblindheid en verdorvenheid der roenmaalige Volkeren , zo Jooden als Heidenen, vol

ра.

gens

[ocr errors]

gens de geloofwaardigste beschryvingen van Onchristenen en Christenen ; dat zy hunnen aandage vestigden op derzele yer ingewortelde vooroordeelen, bygeloovigheid en ongeloovigheid, op derzelver verslaafdheid aan alles wat aardsch, vleeschelyk en zinnelyk , en afkeerigheid van alles wat zedelyk; geestelyk en hemelsch, was, en nog eens op derzelver heerschende gebruiken en misbruiken, denk- en spreek manier ; en dat zy, in dier voege, by de bron zelve, overwogen, of het niet moreel noodzaaklyk schynt geweest te zyn , dat de Inseller van het Christendom, als de Verlosser en zaligmaaker van zulk cene waereld, te voorschyn kwam met uiterlyke tekenen van cene hoogere Zending, hy, die, anderszins, niets heerlyks aan zich had, maar arm en gering moest zyn, om den armen en geringen het Euangelium te verkondigen, en de gelykheid te herstellen onder de menschen ; dat hy door bovennatuurlyke, kragten geleid en ondersteund wierde , en zelf ook wonderen van weldaadigheid verrigtede, ten einde zich, als een Godsgezant, of als het hoogstnavolgenswaardig Voorbeeld van godsvrugt en deugd, te doen aanneemen, en nog meer zyne Leer, als Gods eigenen Wil, allerwege te doen ingang vinden en stand grypen. Herinnert men zich slegts aan het voorschrevene, is het dan niet, met grond, te veronderstellen, dat de menschen,' in het algemeen, beneden het peil van redelyke kennis, en van zedelyk gevoel, waren afgedaald, zodat alle Goddelyke en menschelyke Leeringen, raakende Godsdienst en Deugd, hoe heilzaam en kragtig, als ydele schaduwen voorby zweefden boven hun verstand en hart? daar het bekend is, dat de uitmuntendste Joodsche Zedewetten vertreeden werden door der Jooden ondeugend gedrag, en kragteloos waren geworden door derzelver ydele by-plegtigheden , waarin zy het wezen van den Godsdienst stelden: daar het bekend is, dat de wetten der natuurlyke reden, door der Heidenen godloos en schande lyk leven, tot een louter fpel werden gemaakt, terwyl de schoonste en nutste Zedelessen, welke zommigen hunner nog te voorschyn bragten, niets vermogten, om den Volksa geest te verlichten, of her harte des Volks te verbeteren; en dat aldus, Jooden en Heidenen te gader, in eenen zonden - slaap waren gevallen, waaruit zy door geene gewoone menfchelyke kragten scheenen opgewekt te kunnen worden. Dat zy, dit nadenkende, te gelyk overwo. gen, of het gantsche werk der Verlossing. ?t welk de

ziel

R 3

ziel der Gewyde Geschiedenis uitmaakt, Gode en zyner liefde jegens het Menschdom niet, tevens , volkomen waardig zy ?- en of het, wanneer men, van den anderen kant, een oplettend oog dlaat op het karakter zelfs der Euangelisten en Apostelen, zowel als op alle de omftandigheden, waarin dezelve zich bevonden, zonder eenig aanzien of gezach naar de waereld, omringd van veele magtige vyanden, aangehangen door weinige zwakke Vrienden, op redelyken grond, wel mogelyk kan geächt worden, dat die verstandige en deugdgezinde, die, voor altyd, alles opöfferende en steeds vervolgde, Manden be. drogene domkoppen, of bedriegende deugdnieten, zouden geweest zyn?

Te meer zou ik zulk een onderzoek in die allen zeer wysgeerig noemen, aangezien het, myns oordeels, gantschelyk niet tot eere kan ftrekken van het hoogste We. zen , 'te verönderstellen, dat eene Leer, die , 'naar het eigen getuigenis van de waarheidlievendsten onder de Deisten en Naturalisten, moet gehouden worden voor de schoonste, mensch- en Gode - betaamelyke, Leer, welke ooit aan het licht is gebragt, zou ingevoerd zyn door middelen van bedrog : want niet alleen de Euangelisten en Apostelen zouden, hadden zy dus gehandeld, hunne eigene voorgestelde grondregels om ver gettoten, en zich met hunne eigene woorden, als bedriegens , geschandvlekt hebben'; maar de Regeerder van het Heeläl zelven (het zy met eerbied gesproken) zou daar door kunnen aangemerkt -worden , alsof hy de menschen zou verkeerd geschapen hadde , en hen aan zulk eene orde van zaaken overgelaaten , dat zy, ten gevolge dier natuurlyke inrigting, door valschheid en misleiding moesten komen tot de kennis van zynen volmaakten Wil, tot de betragting van hunne verhevenste Pligten.

Men denke eens, hoe onbestaanbaar zou het zyn met Gods Wysheid, met Gods rechtlievendheid, zo hy het, in de beftemming der dingen , ' noodig gemaakt hadde , dat de menschen door een louter, moreel gochelspel getrokken wierden tot eene Leer , welke hem doet kernen in zyne hoogste Vol. maaktheden, als haatende alle leugentaal, en als hebbende cenen gruwel van allen bedrog ; tot eene. Leer, zo zui. ver en heilig, naar de gelykenis van zyne eeuwige Wetten , dat derzelver Insteller durfde zeggen : wie den wille myns heme:schen Vaders wil doen, die zal van deeze myne Leer erkennen, of zy uit God is, dan of ik van my zelo

« EelmineJätka »