Page images
PDF
EPUB
[ocr errors]

دو

92

beste werktuig, 't welk ik bezit: dat is te zeggen, dat

ik met dit werktuig, beter dan met eenig ander van myn », maakzel, kan zien die zaaken, welke aan den Hemel %; het moeilykst zyn te onderscheiden. By voorbeeld,

Saturnus , zyne Wachters en zyn Ring, of liever zyne 55 Ringen: want ik heb onlangs een Vertoog overgegeeven ng aan den Voorzitter onzer Societeit, betreklyk tot dee>> ze Dwaalster; waar in ik betoogd heb, dat die Ring ), zeer duidelyk is te zamengesteld uit twee Ringen, die

door een zeer aanmerklyken afstand van elkander ge92 scheiden zyn; zodanig, dat ik door middel van myn > Telescoop den blaauwen Hemel zeer gemaklyk tusschen

hun beiden heb kunnen zien. Ook heb ik door meetin. ,, gen bevonden, dat de tusschenruimte tusschen deeze bei

de Ringen zeventienhonderd eenënveertig onzer mylen 1 bedraagt. De middellyn van den buitenlten Ring heeft ,, de grootte van ruim tweehonderd en tweeëntwintig onw, zer mylen.

Insgelyks heb ik waargenomen , dat de 9, vyfde Wachter van Saturnus rondom żyne As draait

in den tyd van zevenënnegentig dagen, zeven uuren en s, zevenënveertig minuten, welke tyd volmaakt dezelfde

is met dien van zyn loopbaan rondom zyne Planeet. Zo dat deeze beweeging volkomen overeenkomstig is met die der Maan rondom den Aardkloot, die insgelyks in

den tyd, dien hy besteedt om zyn loop rondom de » Aarde te volbrengen, eenmaal rondom zyne As draait." Door middel van dat zelfde Telescoop, ontdekte de Heer HERSCHEL na dien tyd nog twee nieuwe Wachters van Saturnus.]

Tot aan het aanbreeken van den dageraad bleef ik op dit verbaazend tooneel van onderzoek, steeds bezig met door den Hemel te reizen met behulp van een Gids, die zich nooit verdrietig toonde over myne onweetenheid, noch over de ongeschiktheid myner vraagen. Ik vertoefde aldaar ongeveer geduurende zeven uuren, onafgebroken bezig met het waarneemen der Hemelsche lichaamen.

Het was onmogelyk om dien tyd lang te vinden, dien ik op eene voor my zo nuttige en vermaaklyke wyze mogt besteeden. Deeze schoone nacht ging voorby als een droom, en scheen maar eenige oogenblikken te duuren, doch het herdenken daar aan zal nooit uit myn hart gewischt worden, even weinig als myne dankbaarheid aan den Heer HERSCHEL en zyne voortreflyke Zuster van wegen de gulle vriendelykheid , met welke zy my ontvingen, en myne kundigheden vermeerderden

وز

TWEE BRIEVEN OVER DE LAATSTE ONTDEKKİNGEN

IN AFRICA.

Eerste Brief aan den Sweed WADSTROEM.

Uit Londen, 9 Mai 1797. w landsman, Mr. JOHANSON, heeft my verzocht

en u eenig nieuws, betrekkelyk Africa, mede te deelen; ik zal het genoegen hebben, ten dien opzichte, aan uwe nieuwsgierigheid te vol. doen.

De laatste tydingen van Sierra Leona (*), geteekend 9 Febr., zyn, in 't begin van April, door het Compagnieschip, the Calypso , aangebragt. Mr. LOWER , Opperchirurgyn, heeft my een brief van myn waardigen Vriend J. GRAY medegebragt, die werkelyk de eerste in rang is onder de leden van den Raad der Colonie. Deze Vriend wyst my op den brenger des briefs, Mr. LOWER, om berichten omtrent de Colonie te krygen: ik heb nog geen gelegenheid gehad, om my met hem zoo lang. te onderhouden, als ik wenschte; maar hy heeft my verzekerd, dat dezelve zich in een bloeienden staat bevindt. Hy was genoodzaakt naar Europa te rug te keeren, om zyne gezondheid te herstellen, is voorneemens daarna terstond naar Sierra Leona te rug te keeren, on hoopt, dat dit niet lang zal aanhouden. Mr, AFZELIUS heeft ons boonen van goede Koffy medegebragt, die op de bergen uit de natuur groeit. Ik

heb

(*) De Rivier Sierra Leona loopt door dat gedeelte van de Kusť van Africa, dat zich uitstrekt tusschen de Kust van Gam. bie en de fust van de Graines. PIEDRO CINTRO, een Spaansch Reiziger, geeft aan deze streek den naam van Sierra de los Leones, Leeuwenbergen, omdat het geluid van den donder, dac hy daar hoorde, geleek naar het gebrul van leeuwen; men heeft ze vervolgens gewoonlyk Sierra Leona genoemd, en de Rivier heeft haar naam ontleend van het gebergte.

Om kennis van deze Colonie te krygen, moet men het groot Werk van WADSTROEM lezen, en voorts een Memorie in het Institut. National te Parys, in 1796, door GREGOIRE voorgele. zen; en de Reis naar de Rivier Sierra Léona, en op de Kust van Africa, in 1785, 1786 en 1787, te Londen, in 't Engelsch, uitgegeven, door JOHN MATTHEW, 1791.

[ocr errors]

heb ze gezien, en ben overtuigd, dat de deugd derzelve zoo goed is, als die van de Eilanden, of die zelfs overtreft. Mr. GRAY heeft eene Plantage, die ik hoope, dat voor hem voordeelig, zal worden. Toen hy my laatstleden Zomer schreef, had hy reeds meer dan duizend plan. ten in een bloeienden staat.

De Gouverneur, zegt hy, heeft op de bergen een huis laten bouwen. Ik zelf heb ook een deel gronds op die bergen , en wy hebben besloten daaraan allen arbeid te koste te leggen, terwyl men bespeurd heeft, dat de wilde Koffy in de vlakten niet gevonden wordt. Ik heb eene aartige Buitenplaats by de Rivier, op een korten afstand van de Stad. Ik geloof waarlyk, dat de Gouverneur en ik het overige van ons leven in dezen fraaien oord zullen doorbrengen.”

Het is u niet onbekend, dat vóór twee jaren van hier zes personen naar Sierra Leona zyn gezonden, op kosten van de Societeit, en met oogmerk, om hunne reis tot Timbo voort te zetten ; maar het schynt, dat het hun nadat zy te Sierra Leona zyn aangekomen, aan moed ontbroken heeft. Twee van hun zyn naar America ver. trokken, en de anderen onmiddelyk naar Engeland te rug gekeerd.

Het is mogelyk, dat zy wél gedaan hebben , fchryft my een Vriend, want de inwooners van Foola hebben hun Koning ASIMAMME JEDDER om ’t leven gebragt, en na dien tyd heeft geen blanke het binnenste van Sierra Leona durven doortrekken.

Men bemerkt in het verschiet denzelfden uitslag der reize' van Mr. PARKER aan de Rivier van Gambie, en terugkomst te Tombout. Ik heb verplichting aan zyn Broeder en Zuster, Mynheer en Mevrouw DICKSON, voor het nieuws, dat ik u zal mededeelen. Het schynt, dat het Fransch Esquader, gecommandeerd door Mr. RENAULD, den mond der Rivier Gambie geblocqueerd, en verhinderd heeft, dat men van daar berichten in Europa heeft kunnen krygen. Anders zouden wy reeds aangelegene tydingen gehad hebben. 't Is jammer, dat de Oorlog altyd zoo groot een hinderpaal is aan de voortgan. gen van kontten, en voor het menschdom nuttige ontdekkingen.

De eerste berichten, die Mr. PARKER ons met twee Schepen, die door de Franschen genomen zyn, had ge. zonden, zyn weggeraakt. Ondertusfchen is een der twee

[ocr errors]

Kapiteins in de maand July hier aangekomen , die het volgende bericht heeft gegeven:

Mr. PARKER, na eerst de afwisselingen van het fai. soen en de ongestadigheid van het climaat doorgestaan te hebben, door eene sterke koorts te Junkacunda, 350 mylen van den mond van Gambic, aangetast geweest zynde, had zyne gezondheid weergekreegen, en zich gereed gemaakt, om in de maand January 1796 zyne groote reis te onderneemen, verzeld van een Neger van goeden naam, welken hem Doctor LAIDLEY, die zich te Pisina, omtrent 30 mylen hooger op gelegen, ophoudt, bezorgd hadt. Zy moesten ieder voor zich een paard hebben, en dan nog een derde voor de bagage. De duplicaten der cerste berichten van Mr. PARKER zyn ontvangen, met het verslag van de toebereidfelen tot zyne reis; maar zy zyn nog niet bekend. Doctor LAIDLEY zal alle de Wis. selbrieven respecteeren, die Mr. PARKER zal noodig hebben te trekken. De naam van Doctor LAIDLEY alleen is genoeg. Zyne kennis in de Geneeskunde heeft hem het vertrouwen doen winnen; hy wordt veele honderden mye len ver in het binnenlte van Africa geëerd.”

Men meent, dat de reis van Mr. PARKER kan geëin, digd zyn binnen twaalf maanden, en zonder ongeluk hoopt men hem dit jaar te zien te rug komen. Deze hoop is gegrond op een brief van Doctor LAIDLEY, aan çen zyner vrienden alhier, geteekend, aan de Rivier Gams bie, 23 Mai 1796. Zie hier een uittrekzel;

Uw brief voor Mr. PARKER zal hem terstond gezonden worden, hoewel ik weinig hoop heb, dat ze hem zal aantreffen. Gisteren kwam hier een van zyne berichten; daardoor kryge ik kennis, dat hy, in zyne tocht naar Sego, door Gyrimm gereisd is, en dat hy het territoir van Dissett is doorgetrokken, eer de Oorlog tusschen den Koning van dit land en dien van Sego is verklaard geweest.

Zoo hy niet reeds zoo ver gekomen was, zou hy genoodzaakt geweest zyn, herwaards te rug te keeren, en van hier, niet dan langs een verren, moeielyken en gevaarlyken omweg, naar Ginné hebben kunnen ko men. Ik ben zeer blyde, dat hy zoo schielyk op het grondgehied van den Koning van Sego heeft kunnen komen, en ik hoop, dat hy welvaart, en reeds te Tombout is aangekomen. Ik verneem, dat 'er brieven vam hem szyn aan Galambo en Dessego, voor de Africaapsche So, cieteit, en ik verwachte ze alle dagen. » Ik ben, enz.

Dit is, zoo veel ik weete, het laatste bericht, dat men van Mr. PARKER heeft ontvangen. Wy stellen allen 'er groot belang in, om dien grooten en moedigen Reiziger weer te zien.

Men heeft my gezegd, dat de Africaansche Societeit met een van uwe Sweedsche landsluiden een verdrag zal aangaan, om zyne residentie te Cairo, in Ægypte, te neemen, met den toeleg, om zich vervolgens van dien kant naar het binnenste van Africa te begeeven.

Ik hoop, dat dit bericht uwe verwachtingen van Africa, die welligt door de rampen van den Oorlog merkelyk verflauwd zyn , zal verleevendigen. Ik wensche u oprechtelyk den besten uitslag van alle uwe onderneemingen

J. BOIS.

7

Londen, 8 Nov. 1797.

Waarde Vriend!

I* R , me

k heb uwen brief den 7 Oe. door den Deenschen

[ocr errors]

zie, dat gy nog steeds voortgaat u bezig te houden met nuttige zaaken, en dat gy met den grootsten yver onafgebroken uw werk maakt om voor de weetenschappen en voor uwe vrienden van dienst te weezen.

Men heeft zeer onlangs brieven van Mr. PARKER ont. vangen, waarin hy bekend maakt, dat hy tot Tombout, of Tomboucfon, niet heeft kunnen voortreizen ; maar dat hy echter vry zeker meent den oorsprong van den beroemden Vloed Niger ontdekt te hebben: dat hy gelukkig aan de Rivier Gambie is te rug gekomen, waar hy voorneemens is de gelegenheid af te wachten, om met de Westindische Retourschepen zich weder naar Europa te begeeven,

PEr zyn, na myne terugkomst, twee Schepen van Sierra Leona aangekomen, die ons bericht geeven, dat de Volkplanting zich thans byna in denzelfden staat hevindt waarin 'ik' dezelve heb verlaaten; en dat ze mogelyk wel iets beter gesteld is. Ten minsten ik heb met genoegen vernomen, dat de Colonisten, geduurende de twaalf laatfte maanden, byna geheel en al van hunne eigene voortbrengzels hebben kunnen bestaan; dat zy groote planta. gies hebben van Africaansch en Fernambuksch Katoen, waarmede zy wonderbaarlyk wel Naagen, en wel 12000

Kof.

V4

« EelmineJätka »