Page images
PDF
EPUB
[ocr errors]
[ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

in de kabaalen van Staatslieden; zy Noeg derhalven een an.
deren weg in, misschien ruim zo gewis: zy werkte met haare
oogen. Deeze VAN DER ALBERT was op haar verliefd geweest
vóór haar Huwelyk met den Heer BEHN. Hy hoorde van haare
komst te Antwerpen niet, of hy spoedde zich daar heen, om
een bezoek by haar af te leggen ; en, naa cene herhaalde ver-
klaaring van zyne voorige liefdebetuigingen , en dienstvaardig-
heid ten haaren gevalle', drong hy haar, om van hem eenige
onlochenbaare blyken te ontvangen van de sterkte en opregt-
heid zyner liefde: voor welke hy geene belooning verlangde,
vóór dat hy, door lange en getrouwe dienstbetooningen , haar
overtuigd hadt dat hy ze verdiende. Deeze voorflag
strookte dermaate met haare tegenwoordige begeerte om haar
Land dienst te doen, dat zy die aanbieding aanvaardde, en
zich' van ALBERT bediende op zulk eene wyze als haar ten
dienste des Konings te passe kwam. Op bet einde des Jaars
1666, liet hy haar, door een byzonder daar toe afgevaardig.
den Boode, weeren, dat hy, op een bepaalden dag, by haar
zou komen. Hy verscheen ten bestemden tyde , en ontdekte
haar , dat CORNELIS DE WITT, die, met de overigen van zyne
Familie, een onverzoenlyken haar hadt tegen de Engelschen en
het Huis van Oranje, met den Admiraal DE RUYTER, aan de
Staaten, den gemelden Tocht na Engeland , met dat oogmerk,
voorgesteld hadt. Deeze voorflag, zamenstemmende met de
berigten hun gegeeven door de Hollandsche Spionnen in Enge-
land , wegens de volstrekte veragteloozing van alle Zeetoerus.
tingen, werd gunstig ontvangen, en men belloot die Landing
in 't werk te stellen, als eene zaak, die niets bezwaarlyks in
zich hadt, en zonder gevaar kon ondernomen worden.
VAN DER ALBERT haar een geheim van die aangelegenheid ver.
trouwd hebbende, gepaard met zo veele bescheiden van vol.
strekte waarheid , dat zy 'er niet aan kon twyfelen, zondt zy ,
zo ras dit onderhoud was afgeloopen, een verhaal van deeze
haare ontdekking na Engeland.

Maar wy kunnen van Mejuffr. Behn's Galanterien te Antwer.
pen niet afstappen, zonder nog een en ander des te vermelden :
dewyl zy door andere Minnaars werd aangevallen; en, schoon
zy middel vondt om haare onschuld te bewaaren
thans, het verhaal, 't welk zy zelve daar van geeft, onderhou.
dend en geestig.

In een Brief aan eene Vriendinne schryft zy: » Myn andere Minnaar is omtrent tweemaal zo oud als albert, en ook twee. maal zo dik, schoon ALBERT niet van het vreemdste fatsoen is dat gy ooit gezien hebt; deeze Man heette VAN BRUIN: hy werd te myner kennis gebragt door ALBERT, die hem in Bloeda verwantschap, hoe na weet ik niet, bestoudt. Hem was aanbe. volen, van ALBERT's wege, om my, geduurende zyn afweezen, van geld, en wat ik andeis mogi noodig hebben, te voorzien. MENG. 1798. No. 8.

Aa

Dec

is , nog

[ocr errors]

dat zyn

Deeze oude Knaap hadt my hegts eenige keeren gezien, of hy begon gevoelig te worden voor de kragt myner oogen, die zyn oud vermolzemd geraamte brand deeden vatten; maar hy bezat geen zelfvertrouwen genoeg om my te zeggen dat hy my beminde; en zedigheid, gy weet het, is het algemeen ge• brek zyner Landgenooren niet. Dikwyls gaf hy my, van ter zyde, te verstaan, dat hy een Man kende van middelen, en in goeden doen gezeten, die, schoon vry verre in jaaren gevor: derd, en uit dien hoofde zo beminnelyk niet als een Jongman, smoorlyk op my verliefd was; en hy verlangde te weeten of myn hart in zo verre aan een ander verpand was, Vriend niet eenige hoope kon scheppen van te zullen naagen.

Ik gaf hem myne hooggaande verwondering te verstaan, te hooren dat een Vriend van ALBERT zich by my voor een ander opdeed, en dat., indien Liefde eene drift ware voor welke ik niet ongevoelig was, die nimmer in my kon vallen omtrent een oud Man ; en wat des meer zy. Maar dit alles was vrugtloos. Twee dagen laater ontving ik een Brief van hem." Hier geeft Mrs. BEHn eene overzetting van deu Brief van van BRUIN, in 't Fransch geschreeven , en in den belachlyksten styl. Hy vermeldt haar, dat hy dikwyls gepoogd hadt, de stormen, die in zyn hart woelden, te ontdekken, en met zyn eigen mond de wallen van haare genegenheid te bestormen; maar, afgeschrikt door de sterkte haarer' vestingwerken, hadt hy beslooten tot geregelder aannaderingen, en haar op een verderen afstand aan te vallen , en eerst te beproeven wat een Bombardement van Brieven zou kunnen uitwerken; en of deeze Carcassen van Liefde , in haare ooghoeken geworpen, tot het midden van haar hart zouden doorbreeken , den buiten. muur van wederzin omver werpen, en het magazyn van haare wreedheid doen in de lugt springen : of zulks haar ook moge beweegen om te daadigen, en zich op redelyke voorwaarden over te geeven. Vervolgens beschouwt hy haar als een Vragischip, na de Indiën bestemd; haar hair zyn de vlaggen , haar voorhoofd is de voorsteven, haare oogen zyn het geschut, haar neus is het roer. Hy wenscht haar kiel eens boven water te zien, en wenscht haar Stuurman te zyn om over de Kaap de Goede Hoop na de Indiën der Liefde te zeilen.

Onze Dichteresse zondt hem een gepast antwoord op dee. zen waarlyk hoogst belachlyken Brief. Zy gekjaagde met hem, als iemand, die zich op een zo onvoordeeligen liefdetocht waagde, en maakte eene grappige rekening van de kosten, welke op zulk eene reis loopen; als kanten, diamanten ringen, oor- en halscieraaden, ter verciering van de plaatzen des aan. vals en der verdeediginge; zyden stoffen, kanten, enz. tot haaren verderen optooi.

Dit schryven badt eenen anderen Brief van BRUIN ten ge. volge, in denzelfdeu ftyl; hier in gaf hy haar Carte-blanche,

om

om 'er de voorwaarden, naar eigen goeddunken, in te vullen. Mejuffrouw BEAN gaf hier op een antwoord, waar in zy, om zichzelve en haare, kennissen te vermaaken, zich geliet aan zyne minneklagten gehoor te geeven. Deeze Brief, kan men ligt deuken, bragt haar vuurigen Minnaar welhaast in haar kamer; by welk bezoek hy zyne Liefdeosverklaaring vernieuw. de. De belachlykheid hier van, meldt Mejuffr. BEHN, ging bykans alle beschryving te boven. Maar,” dit zyn haare eigene woorden, verbeeld u een oud, dik en waggelend Hollander, die alles kwalyk plaatste wat hy dagt dat hem be. minnelyk in myne oogen kon maaken. Jaaren wist hy dat my niet konden behaagen; hy zogt die derhalven door zynę klee ding te dekken, door zyn Paruik, en verderen jeugdigen op. fchik, te gemoet te komen. Eerbied wist hy dat ik van eenen Minnaar verwagtte; deezen zogt hy uit te drukken door zulke belachlyke buigingen , en hy hadt zulk een zot flag van lonken, en drukte zich in zulke wonderlyke bewoordingen uit , dat ik geen ernstig antwoord kon geeven: want hoe ernstig ook het onderwerp was, zyn persoon en kleeding maakce 'er een klugespel van. 'Er was geene kleinigheid in de Galan, terie, welke hy by de jonge Heeren in de Stad waargenomen hadt, of hy poogde die na te volgen, zelfs tot het verzen maaken cue; doch deeze waren in zyne eigene landtaale, en zullen, vermoed ik, zeer zonderling geweest zyn.

Mejuffrouw BEHn vermaakte zich met BRUIN in ALBERT'S afweezen, tot dat hy door zyn aanzoeken lastig begon te wor. den, zo dat zy, om zich van hem af te helpen, zich, gedronia gen vondt de geheele zaak aan ALBERT te openbaaren , die daar op, zo, woedend werd, dat hy zynen Mededinger den dood dreigde; doch hy werd door haar ter neder gezet, en vergenoegde zich met hem zyn verraadlyk gedrag te verwyten, en zyn huis te verbieden. Maar dit,” verhaalt zy zelve, „ bragt een zeer belachlyk tooneel voort: want myn Nestoria aansche Minnaar wilde voor ALBERT niet onderdoen; hy schatte zich zo hoog als zyn Mededinger , eischte hem voor 't mesje, naar landsgebruik", en beging duizend narrepotzen. Met één woord, niets dan myn volstreke bevel kon hem yoldoen; en op 't zelve beloofde hy my niet meer lastig te zullen vallen. Zich van my verzekerd houdende, was hy als van den donder getroffen, toen hy hoorde, dat ik hem niet alleen myn, huis verboodt; maar zyn geheel gedrag, te mywaards gebou. den, in al zyne belachlykheid aan ALBERT verhaalde. Met eene houding, yol tekenen van wanhoop, verliet hy niet al: leen myn verblyf, maar ook den volgenden dag Antwerpen ; het niet langer kunnende dulden in eene Stad, waar hy zulk eene nederlaage bekomen hadt.”.

Haar Leevensbeschryfster heeft ons een verder verslag gegee. ven van haar gedrag omtrent ALBERT, waar in zy poogde haare A a 2

eer

eer te bewaaren, zonder zich ondankbaar aan te stellen. Ook beloofde "ze hem te zullen trouwen als by in Engeland kwam. Doch ALBERT, na Holland wedergekeerd, om zich tot de reis na Engeland gereed te waaken, werd ziek, en Stierf te Amsterdam.

Onze Dichteresse, op dien voet eenigen tyd te Antwerpen geneeten hebbende, ging te Duinkerken scheep, om na En geland over te Reeken. In het overvaaren zag zy bykans haar einde s want het Schip, door storm op de kust ge: dreeven , zook in 't gezigt van 't land; doch booten , van strand te hulp komende, redden alle de Schepelingen, en die aan boord waren.

Mejuffrouw BEAN kwam te Londen, en wydde de rest haars leevens toe aan 't vermaak en de Dichtkunst. Behalven drie Deelen Mengeldichten , fchreef zy zeventien Tooneelstukken, en eenige Romans. Zy vertaalde FONTENELLE's Geschiedenis der Orakelen, alsmede zya Stuk over de Veelheid der Werelden. Meer Overzettingen zyn van haare hand, onder anderen eene der Brieven van OVIDIUS. Zy schreef ook de bekende Brieven tusschen een Edelman en zyne Zuscer. Haar vernuft bragt haar in hoogagting by Mr. DRYDEN, Mr. SOUTHERN, en andere Dichters van haar tyd. Veelvuldig waren haare verkeeringen met jonge Hecren, inzonderheid met eenen, met wien zy Briefwisseling hields onder den naam van LYCIDAS, die , zo als wy uit een haarer Brieven mogen opmaaken , baare liefde met geene genoegzaame wederliefde beantwoordde. • Naa eene langduurige ongesteldheid, overleedt Mejuffrouw BEHN den 16 April 1689. Zy werd in West - minster Abdy begraaven , waar een witte marmersteen met een opschrift gee vonden wordt.

Aan dit Leevensberigt willen wy eenige getuigenissen van kaare "Tydgenooten toevoegen.' Mr. DRYDEN, van de Overzete ting der Brieven van OVIDIUS spreekende zegt in de voorre. den : Men heeft my verzogt te melden , dat de Vervaardiger, die tot de Schoone Sexe behoort, geen Latyn verstaat ; doch, verstaat zy het niet, dan vrees ik, dat zy ons, die het verstaan, reden geeft om ons te schaamen.”

Mr. LANGBAINE drukt zich haarenthalve uit :- Ik denk dat haar naam lang in gedagtenis zal blyven by de liefhebbers van het Tooneeldicht; als mede door verscheide andere Werken, beide in dicht en ondicht: zy werd door de Vernuften bykans gesteld met de onvergelyklyke Mrs. CATHARINE PHILIPS."

Van alle haare Bewonderaaren spreekt Mr. CHARLES GILDON, die haar van naby kende, over haar met den hoogsten lof. In den Opdragtsbrief van haare Romans, schryft hy: Dicht kunst, dat hoogst genoegen voor 's menschen geest, wordt in vermaak gebooren, maar door smert geprangd en gedood. Deeze aanmerking moet ons te meer over Mrs. BZHN doen ver

won

[ocr errors][merged small][merged small][ocr errors]

wonderd ftaan, als wier vernuft sterk genoeg was om de vro. lykheid te bewaaren te midden der teleurstellingen, welke eene Vrouw van haar verstand en verdiensten nooit hadt behooren te ondervinden. Maar zy bezat eene groote sterkte van geest, en was meestresse van haar denkvermogen, in staat om in een gezelschap te schryven, en teffens deel te neemen in 't gesprek. Ik zag haar dit doen, toen zy haar Oroonoko schreef, en andere gedeelten van haare Werken, waarin men altoos eene gemaklykheid van styl aantreft, en een gelukkigen trant van denken. Over de Driften, en inzonderheid die der Lief. de, schreef zy meesterlyk, en gaf aan alles zo tedere en fyne toetzen , dat men, schoon de naam verborgen ware, Mrs. BEHN zou ontdekt hebben."

Zy was," zegt haare Leevensbeschryfster , ,, van een ede. len en menschlievenden aart; zomtyds driftig's zeer dienstvaardig voor haare Vrienden, met alles wac in haar vermogen was ; ligter kon zy een aangedaan ongelyk vergeeven , dan iemand verongelyken. Zy bezat veel vernuft, oordeel en goedhartigheid. Meesterlyk verstondt zy de kunst der verkeering. Ge. voelig van gesteltenisse, was zy een liefhebster van vermaak. Wat my betreft , en ik kende haar van naby, zag ik haar nooit iets pleegen 't welk de zedigheid der Sexe niet voegt, schoon zy vryer en vrolyker leefde, dan veeler styve naauwgezetheid wil gehengen.". Dit is zeker van den gunstigsten kant befchouwd.

De Schryvers van de Biographia Brittannica houden haare Dichtstukken niet voor van den besten stempel: schryven, dat haare Tooneelstukken , schoon niet van vernuft ontbloot , vol zyn van onbetaamlyke tooneelen en uitdrukkingen. Doch de eerste deezer oordeelveilingen wordt tegengesprooken door het getuigenis van DRYDEN, een bevoegd regter in deezen. Wat de laatste betreft , dit kan zo goed niet ontlegd worden. Dan laaten zy, die gereed zyn om haar des te berispen , overweegen, dat zy zich in de 'noodzaaklykheid bevondt om. te schryven of te sterven : de smaak der tydenwas bedor ven; en het is eene gegronde aanmerking , dat zy , die leeven om te behaagen, moeten behaagen om te leeven. Misfchien wraakte "Mrs. BEHn die tooneelen en beschryvingen żo zeer als iemand haarer Berisperen; maar men moet iets toe geeven aan de menschelyke zwakheid. Zy zelve was van een minzieken aart; zy voelde in haar boezem de driften 'woelen , welken zy befchreef; en deeze omstandigheid, gepaard met de dryfveer der gemelde noodzaaklykheid, is ongetwyfeld de oor zaak , dat haare Tooneelstukken van dien stempel zyn. Met één woord, Mrs. BEHn was fchoon, was geestig.; zy kan van onvoorzigtigheid niet vrygesprooken worden ; maar haar deswegen, gelyk inen gedaan heeft, alles fleges ten laste te leggen, gaat te verre.

[ocr errors]
[ocr errors]
« EelmineJätka »