Page images
PDF
EPUB

hangt van eene onmiddelyke beslissing deezer gewigtige onderwerpen; al het oude zal, als 't ware, voorbygaan ; eene geheel nieuwe orde van zaaken gebooren worden vol van gevolgen, die, in derzelver vooruitzigt, niet wel te berekenen vallen.

Hadt men over deeze Onderwerpen alleen gehandeld , in zo verre 'er Koningryken, Vorstendommen en Burgerstaaten in betrokken zyn, nimmer zou ik eenige neiging gevoeld hebben om 'er iets tegen in te brengen ; dewyl, in dit geval, myns oordeels, de baane des onderzoeks niet te ruim en te vry kan opengesteld worden: doch, daar ik bevind dat Analogische list onderwerpen heeft onderhanden genomen , welke met het Staatkundige in geen noodzaaklyk verband staan; daar ik ontwaar worde dat men poogt Revolutionaire gevoelens te verspreiden, zo wel in Huisgezinnen als in Koningryken , oordeel ik het hoog tyd, dat wy uitzien na eenige middelen, om Huislyke Regeeringloosheid en Huwelyks Oproer te voorkomen.

Ik weet wel, dat de zodanigen, die een Huisgezin en een Staatsbestuur met elkander vergelyken, ARISTOTELES op hunne zyde hebben, en die groote Wysgeer gezegd heeft, dat het Bestuur van een Huisgezin natuurlyk Monarchaal is; maar ik hou my verzekerd, dat die schrandere Man deeze uitdrukking niet in de volste ruimte wilde opgevat hebben; en dat, dewyl hy een Huisgezin by eene Monarchie vergeleek, wy deeze gelykenis niet moeten voortzetten tot de minste byzonderheid toe. Hy hadt waarschynlyk het oog op de Aartsvaderlyke beginzelen van , eenen Staat, wanneer het Hoofd eens Gezios die magt bezat over de goederen en het leeven zyner Kinderen, welke nu, naar de voorschriften der wysheid, by den Staat berust.

Nogthans heeft men onlangs dit gevoelen van ARISTO. TELES ongelukkig toegepast om eene volkomene Analogie in te voeren tusschen een Huisgezin en een Staatsbestuur; en dewyl eenige Volken, uit noodzaaklykheid, of tot OpItand gedwongen, de Monarchaale Regeeringsvorm verworpen hebben, daar uit de hoogstgevaarlyke stelling afgeleid, dat dit zelfde in de Huisgezinnen mag geschieden. Dit, Burgers! is eene Nieuwigheid, welke wy moeten tegengaan; dit betreft ons elk, hoofd voor hoofd: wie zal zeggen waar op dit zal uitkomen, waar eindigen!

Met ARISTOTELES dan, stemmen wy toe, dat het Beheer eens Huisgezins Monarchaal is. De eerste Nieuwigheid,

wel

[ocr errors]

welke de hedendaagsche Hervormers hebben willen invoeren is de natuurlyke orde der dingen ter zyde te. schuiven; naamlyk, de Opvolging in de Manlyke Linie. Altoos ben ik een bewonderaar geweest van PHARAMOND, den (veronderstelden) invoerder van de Salische Wer in Frankryk, uit kragt van welke de Mannen alleen erven. En, eer ik verder gaa, verzoek ik eenige myner Leezeren te regt te brengen, in hunne begrippen, deeze Wet betreffende. Men heeft gedagt, dat die Wet byzonder de Kroon des Franschen Ryks betrof: daar dezelve, met de daad, algemeen insluit, dat geen deel der Erfenisse aan eene Vrouwe zal vallen, maar alles in de Manlyke Linie overgaan; en strekt dezelve zich zo wel uit tot byzondere Persoonen, als tot die des Koninglyken Gezins. Ik ben, 't is waar, niet van begrip, dat dezelve zich zo verre moet uittrekken ; doch zo verre het de Erfenisse betreft van de Kroon des Huisgezins, is het eene natuurlyke en hoogstregtmaatige Wet; en hou ik my verzekerd, dat, indien ARISTOTELES thans aan myne zyde stondt, hy zou zeggen, dat, wanneer hy een Gezin tot eene Monarchie maakte, hy daar mede meende dat de Man de Monarch zou weezen. Wat een Volk betreft, ben ik mede van begrip, dat de Salische Wet goed is, of de algemeene inrigting onzer Wetten is verkeerd. Want waarom zouden wy veronderstellen, dat eene Vrouw meer geschikt is om eene Koningin te weezen, dan om een Parlementslid te zyn, of eenige aanzienlyke Post in Kerk of Staat te bekleeden ? Nogthans wordt het eerste gezegd regt en voeglyk te weezen; en het laatste zou men, als ongerymd en belachlyk, uitjouwen. Maar dit by wyze van uitstap.

Ik zeg, Burgers! dat de eerste stap, dien onze nieuwe Planmaakers genomen hebben, is, het Regt van Opvolging te betwisten, en de Vrouw op den Throon te heffen ; niet met verstooting van den Man, maar in daadlyke me. dedinging met hem; niet dewyl hy afgesloofd, krankzinnig, of onbekwaam tot regeeren, is ; maar om dat zy’er een nevens hem ten Throon willen heffen, en hem de teugels der Regeeringe uit de handen neemen. Van hier is het, Burgers! dat wy in zo veele Huisgezinnen twyfelingen hooren opwerpen, wegens het Godlyk Regt der Mannen om hunne Huisgezinnen te beheeren ; en deeze twyfelingen, hoe nederig ook voorgedraagen, en met hoe veel schynbaare kieschheid omkleed , doen welhaast de

be

[ocr errors]

/

beginzels der Onderdaanen wankelen, zetten hun tot op. Itand aan, en veroorzaaken dikwyls een daadlyk oproer, 't geen zeldzaam gestuit wordt zonder groot kwaad en nadeel voor beide de partyen, en ongelukkig bykans nimmer zonder toegeevingen van den Monarch, die tot geen ander einde strekken, dan om de wederhoorigen te verharden, en onbeschoft in veelvuldige eischen te doen worden.

Ik heb tot dus verre eenige toegeevenheid betoond aan de redekaveling uit de Analogie afgeleid, dewyl het by. gebragte gezag groot en eerwaardig is; maar, indien wy, met deeze Nieuwigheidzoekers, deeze Analogie verder uitstrekken, zullen wy bevinden, dat, zo als de Redeneerkundigen spreeken, de Gelykenis mank gaat. Men kan geen meer gelykvormigheden bybrengen tusschen des Ko. nings Throon en des Vaders Armstoel ; en wy moeten of eene menigte van byzonderheden zamenvoegen, die geen natuurlyk verband hebben, en dus eene ongerymde ver-. binding zouden opleveren; of wy moeten gerust nederzitten, met de erkentenis dat het Beheer eens Gezins Monarchaal is: niets ineer kan 'er van gezegd, of geen verder gebruik van de Stelling van ARISTOTELES gemaakt, worden.

Maar, indien de Rustverstoorders der Huisgezinnen verder willen gaan, zou ik hun vraagen, welk eene foort van Monarchie het is, die men in een Gezin heeft vastgesteld? Is het eene volltrekte of eene bepaalde Monarchie? Waar huisvest de uitvoerende MagtHoe worden de Geldmiddelen geheeven? door wie ebesteed ? - Lang eer zy tot de laatste deezer voorgestelde Vraagen gekomen zyn, zullen zy bemerken, dat de Analogie niets meer betekent, en dat het Bestuur van een Gezin weinig of geene gelykheid heeft met het Bestuur van een Koningryk. De Vader eens Gezins verwekt zyne Onderdaanen; een Koning vindt ze reeds verwekt, en heeft niets te doen dan voor opvolgers te zorgen. In een Gezin is de Vader de eerste Schatbewaarder en algemeene Betaalsheer ; hy bekleedt meest alle Bedieningen in eigen perfoon, van Souverain af tot Beul toe. Wanneer hy eenig gedeelte van zyn gezag afttaat, wordt het nog onder zyn oog waargenomen , en overeenkomstig met zyn bevel; en in zeer weinige gevallen verleent hy magt om naar welgevallen te handelen. - Maar, 't geen bovenal hem Opper. magtig maakt, bestaat hier in, dat hy, wegens zyne In. komiten, geene verpligting heeft aan zyne Onderdaanen;

maar

maar zy alles, wat zy bezitten, aan Hem verschuldigd zyn. Nog eene rede, waarom hy Oppermagtig is, ontstaat daar uit, dat hy de Stichter en Grondvester is van zyne Monarchie; hy verkiest zyne Wederhelft. Indien zy hem koos, zou, ik stem het toe, het geval geheel veranderen ; maar niets van dien aart valt voor ; uitgenomen , zo men my berigt, in eenige weinige gelegenheden, staande dat vreemde tydperk, 't welk men een Schrikkeljaar noemt, waarschynlyk om dat dan eeni. ge persoonen de perken van Zedigheid overtreeden. Maar zelfs deeze uitzondering grypt zo zeldzaam stand, dat ik ze myne tegenspreekers geheel wil toegeeven; zy zal my. ne redeneering niet in 't minste verzwakken.

De Monarchie in een Huisgezin is egter geene volllaa. gene Monarchie; dan zou dezelve in Dwinglandy veraarten: 't is een bepaalde Monarchie. De Oppermagt is gebonden aan een groot Wetboek , te breed om het hier op te haalen. 't Geen byzonder zyn Gezagbetoon omschryft kan op het Register gevonden worden, onder de woorden: "Gezond Verstand, Genegenheid, Ouderliefde, Eigen. belang, Huwelykstrouw, en andere soortgelyke. De raad pleeger met dit Wetboek, deeze Hoofdstukken naslaande , zal bevinden, hoe naauwkeurig de Wetten voorgeschreeyen en de Grondregels vastgeiteld worden, volgens wel. ke hy zyn gedrag moet schikken. , En, schoon 'er geen geschreeven Verdrag is tusschen de Onderdaanen en den Souverein, doet hy zeer staatlyk, en doorgaans in eene Kerk, een plegtigen Eed, wanneer hy zyn Huislyken Staat aanvaardt; en nimmer verbreekt hy dien Eed, of schendt eenig gedeelte van de bovengemelde Wetten, ongestraft. Deed hy zulks, vorderde hy van een zyner Onderdaanen af, eenig slegt bedryf te volvoeren, of iets, 't welk ongerymd is, te doen, zy mogen het weigeren ; en schoon hydes wraake mogt neemen als een dwingeland, hy heeft geene magt, hun te dwingen, om iets, Itrydig met hun geweeten, te bedryven, Zo veel wegens de paalen, die zyn gezag beperken,

Ten aanziene van alle de weezenlyk nuttige takken zyns Bestuurs, mag hy als volitrekt heerschende worden aangemerkt. Staat een zyner Onderdaanen tegen hem op, hy heeft de middelen by de hand om gehoorzaam. heid af te vorderen, of hun te verwyderen uit de Maat. schappy, van welké zy niet verdienen langer Leden te blyven. Indien zyne Wederhelft afwyki van de verbinMENG, 1798. NO. 9.

Dod

[ocr errors]

tenisse met haaren Heer aangegaan, en het zo verte brengt dat zy in misdaadige verstandhouding met den vyand treedt, dan mag hy haar geheel verwyderen en eene andere in haare itede kiezen. Voorbeelden hier van, schoon dit nooit geschied dan op het bybrengen van de voldingendste bewyzen, zyn, in deeze laatste dagen, vry veelvuldig geweest; en kan ik die menigvuldigheid niet wel aan iets anders toeschryven, dan aan de oproerige denkbeelden met zo ongebonden eene vryheid ver. fpreid tegen de magt en waardigheid der Huislyke Re. geering. Deeze ondermynen de grondslagen van gehoor. zaamheid, boezemen eene veragting in voor den Persoon van den Souverain, en doen het oor leenen om te luis, teren na de inboezemingen van een Overweldiger , dic raadslagen sineedt tegen de Kroon, en de eer van den Souverain.

Ik moet, nogtans, hier aanmerken, dat de voorwaarden, op welke de Monarch des Gezins zyn gezag be. houdt, zodanig zyn, dat, in gevalle beweezen kan wor. den, dat hy zyne Échtgenoote verwaarloosd of mishandeld, haare eer op deeze of geene wyze bevlekt heeft, hy haar mag afscheiden van zyn hof; doch haar met een genoegzaamen voorraad moet voorzien, en hy geene andere in haare plaats mag neemen, zo lang zy leeft. Zo zeer żyn de magten, die eene Familie-Monarchie uitmaaken, tegen elkander opgewogen.

Nu, myne Medeburgers ! welk flag van Lieden moeten het weezen ,

die deeze Regeeringsvorm zouden willen veranderen; die, begogeld door Analogische Drogredenary, (want ik wil dit geen redeneeren noemen,) eene Regeeringloosheid zouden willen invoeren, onder het dek. kleéd van Hervorming? Voorzeker, zy moeten zeer flegt Nag van lieden weezen; dewyl zy niet onkundig kunnen zyn, dat de Regeeringsvorm in de Huisgezinnen aangenomen , zesduizend jaaren reeds bestaan heeft, bestaan heeft met zo veel voordeels als met mogelykheid van eenige Constitutie kan getrokken worden, en met zo weinig misbruiken als men karr verwagten van den onvolmaakten staat der menschlyke natuure.

Nogthans, indien wy dwaas genoeg zyn om ons te laaten begochelen tot het gehengen deezer nieuwigheden; indien wy, by voorbeeld, in stede van de Monar'chie, eene Gunarchie vaststellen, of het geen JOHN KNOX de Heerschappy der Vrouwen noemde, dan zal de orde der

Na.

1

« EelmineJätka »