Page images
PDF
EPUB

oog! Wy hebben, in dit geval, een werkzaam Beginzel in ons 't welk alle verbeelding baare blyken heeft gan onderscheiden te zyn van het Lichaam, onítoflyk, onbeschryfbaar, en onverdeelbaar; dit nogthans komt op niets meer neder dan op enkele Stoffe, bekleed met hoedanigheden, rechtstreeks het tegenovergestelde uitmaakende van de weezenlykite eigenschappen der Stoffe; het wordt met het Lichaam teveas ontbonden, en verliest alle gewaarwording, alle bewustheid en opmerking, voor altoos, in het graf."

Wy 'zyn blykbaar onderscheiden van, en verheeven boven, de Beesten, door eene verscheidenheid van verbaazende vermogens en bekwaamheden, die duidelyk be. stemd schynen voor een eđeler tocneel van werkzaam. heid dan het tegenwoordige ; nogthans vergaan wy met de Beesten, en die geheele ryke voorraad van ziels. bekwaamheden is aan ons tot geen oogmerk altoos 'vetkwist,

: Dagelyks - inaaken wy vorderingen en in kennis en in deugd ; wy hebben een ruim veld van verstand. lyke en zedeiyke verbetering voor onze oogen ; nog. thans worden wy, in het midden onzer voortgangen en vorderingen, geituit door de hand des doods, die ons aangrypt, en bereiken nimmer dien staat van volkomen heid, voor welke wy vatbaar schynen, en na welke wy sterk verlangen.

Wy draagen met ons om, denkbeelden en verwagtingen van geluk, die steeds op teleurstelling uitloopen ; wy hebben een zugt tot toekoinende beroemdheid, waar van wy nimmer bewustheid zullen hebben ; wy verlangen Iterk na onsterflykheid , en dit verlangen zal nooit ver. vulling bekomen.

Elk deel onzer gesteltenisse toont dat wy verantwoordelyk zyn voor ons gedrag; elke knaaging des geweee tens levert een bewys van onze verantwoordelykheid op; daar is een hooger Weezen, dat ons een Leevensregel gegeeven heeft om naar te wandelen; dat het regt bezit, om te onderzoeken , of wy ons overeenkomstig met die regelmaat gedraagen hebben; nogthans zal dit onderzoek nimmer geschieden.

De Wereld, in welke wy ons geplaatst vinden, is onophoudelyk' eene school van beproeving. Het blykt , dat wy in dezelve geplaatst zyn met geen ander oogmerk, dan om te doen biyken hoe wy ons gedraagen in al die

1

verscheidenheid van moeilyke en bezwaarende omstandigheden, waarin wy ons iteeds, door een en ander middel, geplaatst vinden. Nogthans gaat ons gedrag ge. heel ongadegeslaagen voort. Wy volspeelen onze rols maar de Regter, die ons beproeft, vergeet de zyne te vol: brengen. Onze beproeving neemt een einde; niets volgt 'er op, geen vonnis wordt er gestreeken ; wy worden niet beloond om dat wy goed gedaan, en niet gettraft om dat wy verkeerd gehandeld hebben.

Wy merken onszelven aan- als de Onderdaanen van een Almagtig Opperbestuurder, die ons een stetzel van Wetten gegeeven heeft om ons gedrag naar te regelen. Nogthans Tchynt Hy volmaakt onverschillig of wy deeze Wetten waarneemen, dan niet. Zyne Vrienden en zyne Vyanden vergaat het eveneens. ''Ja de eerstgemelden gaan dikwyls onder een last van tegenheden gebukt, terwyl de laatstgenoemden volop hebben van allen aardsch genot.

Eindelyk is 'er, van de vroegste eeuwen der wereld af, tot op dit oogenblik, eene bykans algemeene overeen. stemming geweest des Menschdoms in het geloof of de verwagting van een Toekomend Bestaan ; en nogthans komt dit op niets meer neder dan op eene bedrieglyke verbeelding, hoe diep dit ook door de Natuur zelye in elken menschlöken boezem is ingedrukt.

Wat kan men nu vreemder en onverklaarbaarder zich verbeelden ; wat ongerymder en onbestaanbaarder bedenken ; wat wanordelyker, verwarder en elendiger , zich voorItellen ; wat onwaardiger der Wysheid, Regtvaardigheid en Goedheid, des Allerhoogsten verzinnen, dan de gesteltenis van den Mensch, en der Wereld, volgens de hier te nedergestelde opgave?

Maar, wanneer gy, aan den anderen kant, uw gezigt uitstrekt buiten de grenspaalen van dit Leeven, en een ander in overweeging neemt ;. welk eene verandering brengt dit teritond te wege in het voorkomen van alles wat in en om ons is? De nevel, die voorheen het gelaad des aardbodems bedekte, scheurt, en wy zien een tooneel, vol van de juistíte orde, schoonheid, overeenstemming en geregeldheid. Op het oogenblik dat wy onze betrekking tot een ander Leeven ontdekken, klaart het voorheen verbaasdmaakende op, en alle onbestaanbaarheid wordt ylings weggenomen.

Wy vinden, als dan, dat wy bestaan uit twee deelen een stoflyk Lichaam en eene onstoflyke Ziel ; en

[ocr errors]

de fchynbaar onbestaanbaare eigenschappen van Stoffe en Geest, in stede van vermengd en met elkander vereenigd te zyn 'in eene en dezelfde. zelfstandigheid , hebben ieder hun eigen onderscheiden deel in onze zamengestelde gesteltenisse , huisvesten in onderscheide zelfstandigheden, naar derzelver aart geschikt. Maar, schoon verschillend van elkanderen, zyn zy naauw met elkander vereenigd. Door deeze vereeniging zyn wy verbonden aan de zigtbaare en onzienlyke , aan de staflyke en geestlyke wereld, en staan, als 't ware , op de grenzen van beiden.

En wanneer het Lichaam weder tot de Aarde keert, begeeft zich de Ziel na de wereld der on. sterflyke Geesten, tot welke dezelve behoort.

Die uitsteekende bekwaamheden en vermogens van 's Menschen Ziel, welke blyken veel verder te strekken dan het gebruik in dit kortstondig leeven vordert, worden zeer eigenaartig en geschikt voor een Weezen dat bestemd is voor de Eeuwigheid, en zyn niets meer dan 't geen noodzaaklyk is om dezelve voor te bereiden voor dat hemelsch Gewest, haar eigenlyk huis en vaste verblyfplaats. Daar zullen de Zielen ruimte in overvloed vinden om zich uit te breiden, eene maate van kragt en werkzaamheid aan den dag te leggen, in het tegenwoordige leeven onverkrygbaar. Daar zullen zy in eeuwigheid toeneemen, en dien staat yan volkomenheid erlangen, tot welken zy zich staag uitstrekten, maar ter bereiking van welken zy in deze wereld geen tyd had. den.

Wanneer het eens vaststaat, dat wy hier naamaals eens rekenfchap zullen moeten geeven van onze bedryven, dan is 'er eene duidelyke reden waarom wy vrywerkende Weezens zyn ; waarom wy een regelmaat des gedrags ontvangen hebben ; waarom wy het vermogen bezitten om daar van af te wyken , of om 'er overeenkomstig mede te handelen ; waarom wy, met één woord , aan een voorafgaand onderzoek voor de regtbank van ons Geweeten zyn blootgesteld, eer wy voor de Regtbank van onzen grooten Regter verschynen.

Onze vuurige trek na Beroemdheid, na Geluk na Onsterflykheid, zal, op de veronderstelling van een Toe. komend Leeven, tot een beter einde dienen, dan om ons te leur te stellen en te bedroeven. Gemelde begeerten zyn alle natuurlyke begeerten , met voorwerpen welke daar aan beantwoorden; en zullen ieder, in eenen anderen

Staat,

[ocr errors]

Staat, die voldoening ontmoeten, ua welke zy in deezen te vergeefsch haakten.

Ja zelfs die ongelykmaatige bedeeling van goed en kwaad, waar oyer wy zo gereed klagten by klagten uitstorten, en die zwaare beproevingen, welke, by wylen, zo fel, ook de besten der menschen, drukken , itaan alle bloot voor eene gemaklyke oplossing, op 't eigen oogenblik dat wy eenen Toekomenden Staat in aanmerking neemen.

Deeze Wereld maakt dan alleen een gedeelte uit van een stelzel. Dezelve was nimmer bestemd tot een Staat van Vergelding ; maar van Beproeving. Hier worden wy alleen beproefd, naamaals beloond of gestraft. De rampspoeden, welke ons op aarde drukken, krygen, uit dit oogpunt beschouwd, eene geheel andere gedaan. te. Zy zyn wyze en zelfs weldaadige voorzieningen, om onze Deugden op de proeve te brengen in ons die geestgesteltenis te verwekken, welke eene noodige voorbereiding is ter nimmer eindigende Gelukzaligheid.

Op deeze wyze klaart de veronderstelling van eenen Toekomenden Staat alle zwaarigheid op, en verdryft de donkere wolken, welke anderzins over dit gedeelte van GODS Scheppinge hangen. Met dit licht der Onfterflyk. heid voor ons heenen kụnnen wy onzen weg vinden langs de anders duisterste paden van Gods Zedelyk Be. stuur, en een voldoend berigt geeven van de bedeelingen der Voorzienigheid met het Menschdom. Het is, derhalven, een allervoldingendst bewys voor de weezenlykheid van eenen Toekomenden Staat, dat dezelve aan zo veele heerlyke einden beantwoordt, en zo onafscheidelyk noodzaaklyk schynt om geregeldheid en overeenstemming te geeven aan de oogmerken des Almagtigen in het vormen deezer Wereld en derzelver Inwoonderen, om een 'eenpaarig en zamenstemmend plan der Godlykę handelingen aan ons te verschaffen. Want gelyk, wanneer wy, in de Scoflyke Wereld, vinden, dat het beginzel van Zwaartekragt, toegepast op de onderfcheide deelen des Heelals, op de volkomenste en fraaiste wyze ons eene verklaaring, aan de hand geeft van de standen, de verschynzels en de invloeden, der hemelsche Lichaamen en zelfs reden geeft voor al de schynbaare ongeregeldheid en uitmiddelpuntigheid van derzelver beweegingen wy, geene zwaarigheid maaken om het bestaan en de werking van zodanig een vermogen te erkennen; zo zien wy in het Zedelyk Stelzel, A 3

dat

2

3

dat de erkentenis van een ander Leeven eene gereede oplossing aan de hand geeft van de verbaazendste en anders onverklaarbaare verschynzelen; het is, als 't ware, een looper - Neutel, die alle ingewikkeldheid ontsluit, en ons het groot plan der Voorzienigheid in het beftuur der menschlyke zaaken opent. Dit zo zynde kunnen wy niet langer, zonder geweld te doen aan alle gronden van regtmaatige redenkaveling, onze toestemming in het erkennen van de waarheid en weezenlykheid van zulk een staat te rugge houden.

Uit deeze byeenzameling der bewyzen voor een Toe komend Bestaan, de uitslag onzer naspeuringen over dit onderwerp, blykt, dat zy, te zamen genomen , eene groote maate van blykbaarheid opleveren ten steun van die groote waarheid. - Deeze blykbaarheid, in de daad, gelyk ik te vooren aanmerkte, is door eenigen als zo dringend voorgesteld en zo beslissend, dat 'zy het behulp der Openbaaring, in dit stuk, geheel onnoodig keurden.

Doch dit is zo verre van het geval te weezen , dat die eigenste klaar. heid, met welke wy nu in staat zyn de weezenlykheid van eene Toekomende Vergelding uit de beginzeleri der Rede af te leiden, ons zelfs het voldingendst bewys zal opleveren van de volstrekte noodzaaklykheid die 'er was voor eenig hooger licht, om het menschdem te onderwyzen en te bestuuren in dit en in andere Leerstellingen van het alleruiterst -aanbelang voor deszelfs tegenwoordig en toekomend Geluk.

(Het Vervolg en Slot hier na.)

WAARNEEMINGEN OVER DE WERKING DER Gra. tiola , IN DE KRANKZINNIGHEID, Door L. F. B.

LENTIN

In het jaar 1696 schreef GIDEON HARVEI, in zyn zeer

ze wierd uitgegeeven, onder den titel: The Vanities of Philosophy and Physic, op pag. 109, over de zo zonderlinge ziekte der Krankzinnigheid : Ik moct bekennen, dat, onder de geheele verzameling der ziekten , niets dieper verbor. sen en meer onoplosselyk schynt dan die tegennatuurlyke ge;

« EelmineJätka »