Page images
PDF
EPUB
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Redenaaren ; doch die nu, volgens zyne eigene bekentenis છે gedaald is tot een nietsbeduidend Man, ,, wien het aan woorden mangelt!"

Neem, wyders, in opinerking, hoe de beroemdste onzer Staatslieden hunne onbekwaamheid openlyk belyden. Onbekwaamheid in een Staatsman! Hoe, dit, zult gy zeggen, is een Wonderspreuk. Ja, het is een Wonderspreuk, ontstaande uit hunne Zedigheid, die zichzelven wantrouwende en bemin. nelyke deugd, welke hun aanzet, om, in 't aanschyn van den vollen dag, te verklaaren, , dat zy bewust zyn van hunne on

bekwaamheid, en dat zy alleen eisch kunnen maaken op de nederige verdienste van het wel te meenen,” dat her Onderwerp, waar over men handelt, boven hun kring gaat; dat zy beeven uit hoofde hunner eigene weinigbeduiden.

heid.” Nogthans, met dit alles, in weerwil van deeze erkende nietigheid, vinden zy zich opgewekt, uit gevoel van pligt, „ om eenige wenken te geeven; deeze enkel der Verga„ dering ter overweeging aan te bieden, en aan derzelver meer

verlicht oordeel te onderwerpen.”

Nu, myn Heer! indien dit geene Zedigheid is, weet ik niet, wat men met die benaming bestempelen moet ; en nogthans hooren of leezen wy dit alle dagen ; en wanneer men ons be. rigt geeft van hoogloopende twistredenen, onder onze Staatsleden voorgevallen, mogen wy ons gerust verzekerd houden, dat het geschil geene Meerderheid bedoelde; maar rechtsireeks het tegenovergestelde : elk zogt om 't zeerste zyne eigene ver. diensten te verkleinen en de toegeeflykheid der toehoorderen te verzoeken.

Treeden wy de Pleitzaal in, wy zien hoe de Zedigheid at. daar, van dag tot dag, veld wint. Welk Regisgeleerde stele eene zaak voor, zonder zich te beklaagen dat dezelve niet in bekwaamer handen gevallen is, en dat de ongesteldheid van zyn bedreevener Amptsbroeder, ongelukkig , het geheele gewigo der zaake op zyne zwakke schouderen gelaaden heeft. Hoe genoeglyk is het, te hooren, dat een Man, tegen wiens Beroep het onregtvaardig gedeelte des Menschdoins vooringe, nomen is, en wien men niet zelden onbeschaamdheid ten laste legt, eene gunstige aandagt verzoekt, en om de toegeeflykheid smeekt van den geleerden Regter, en zich byzonder tot de Jury wendt, , als Lieden van verstand, ten vollen in staat om het gebrekkige zyns werks aan te vullen.'

Op den Kansel is de Zedigheid onverbeeldlyk groot, en loopt een ieder , allerwegen, in veele opzigten , in 't ooge. Onnoemlyk veel, oneindig verscheiden, zyn de betuigingen van onbekwaamheid; van de zwaarte der Scoffe, ter hand genomen , in vergelyking met 's Redenaars kragten ; van den tyd dien hy aan zyne Redenvoering te koste gelegd heeft, en de onvol. maaktheid zyns .werks. Wat is zediger, dan dat een jong Leeraar, op den voorgeleezen Text, by den aanvange, verklaart, dat de

[ocr errors]

zelo

zelve duister, en met oneindig veele zwaarigheden omzet is; en daarom onmiddelyk van dit moeilyk werk, waar toe hy be. tuigt niet opgewassen te zyn, affiapt. lu de daad, men moet bekennen, dat een Text, llegt verklaard, ongelukkiger is voor eene Gemeente, dan dat dezelve geheel onverklaard blyft; en in zo verre havdelt onze zedige en nederige Leeraar wél.

Ten opzigte van de Letterkunde in 't algemeen, vertrouw ik, met, de volste gerustheid, dat de Zedigheid grootlyks veld wint. Hier van moeten wy verzekerd weezen, wanneer wy alleen de Voorredens der uitkomende Boeken leezen. Immers in deeze is niets algemeener, dan dat de Schryvers zich beklaagen over hunne onbekwaamheid om regt te laaten weder. vaaren aan het onderwerp in het Boek behandeld. Ande. ren bejammeren het gemis van verscheidene gelegenheden , om het Werk de aandagt nieer waardig te doen te voorschyn ko. men.

Eenigen betuigen , dat louter toeval hun alleen be. woog, om eenige ruwe trekken, het onderwerp betreffende , op 't papier te brengen; trekken, der aandagt van kiefche oore deelkundigen weinig waardig. Ook zyn 'er, die ten vol. len 'er voor uit komen, dat andere bezigheden, van een ernsti. ger natuur, hun belet hebben, de laatste hand aan dien arbeid te leggen, en daar aan die polysting te geeven, welke het verdiende, en waar voor het vatbaar was. ja , men vinde Schryvers, die, met zo veele woorden , verzekeren, dat zy geene bekwaamheid bezitten om onder. de Schryveren openlyk te voorschyn te treeden; dat de goedkeuring eeniger met hun ingenomene Vrienden alles is wat zy verlangen ; terwyl nog . anderen , als 't ware , zweeren, dat zy nooit een enkelen regel in 't licht zouden gegeeven hebben, hadden zy wederstand kun. nen bieden aan de veelvuldige en dringende aanzoeken van zekere Persoonen, aan wier oordeel zy gansch nederig zich onderwierpen, - Ook zyn 'er, die de Leezers willen doen gelooven, en hun fineeken dit op hun woord aan te neemen, dat geene beweegredenen, van hoogmoed ontleend , hun aan. fpoorden om het behandelen eens Onderwerps ter hand te flaan, voorheen reeds behandeld door Schryvers van veel uit. 1teekender verdiensten; terwyl nog anderen ons verzekeren, dat niets hun zou hebben kunnen beweegen om onder de Schryvers te voorschyn te treeden; doch dat zekere omstandigheden, voor hun van eene te kiesche natuur on op te haalen, schoon van weinig beduidenis voor het algemeen, hun bewoogen tot dien Itap.

In deezer voege, Burgers! zou ik de zedige schoonheden van honderden Voorredens, ten bewyze myner stelling, kunnen aanvoeren. Maar ik stap hier van af, om myn Brief niet te lang te doen worden, en ten einde de Persoonen, die ik voorhad te pryzen, zich niet beledigd vinden in het teere gevoelig gedeelte 's geen het onderwerp myus geschryfs uit. maakt.

van

Ik kan egter van dit myn geliefd onderwerp niet afstappen, zonder het aasje van mynen lof ook in de schaal te leggen

onze hedendaagsche Tooneelstuk - Schryvers. Vroegere Mannen, in dat vak onledig , waren een hoop Trotsaarts. Zy hielden hunne Werken eenige jaaren onder zich , eerzy konden besluiten die in 't licht te geeven, Zy verander den , verschikten , krabden uit, voegden by; en waarom dic alles? Opdat het qtuk te vollediger mogt te voorschyn ko. men , de aandagt des Volks meer waardig weezen, en ook de dagen der Naakomelingschap bereiken. De grondslag van dit alles, des mag men zich verzekerd houden, was hunne trotsheid, het tegenovergestelde van die Zedigheid welke met zo kepnelyke trekken in hunne naakomelingen heden ten dage doorstraalt. Onze tegenwoordige Vernuften hebben te veel hoogagting voor het tegenwoordig geflacht, verlangen te zeer om 't zelve vermaak en genoegen te verschaffen, dan dat zy hun arbeid tot het derde of vierde geslacht hunner Naneeven wenschen uit te breiden. Zy vernoegen zich nederig met de goedkeuring hunner Tydgenooten.

Wilde ik afdaalen om voorbeelden uit het gemeene leeven by te brengen, ten bewyze van deeze onder ons aangroeiende Deugd

{preeken van de blos op de kaaken hooren etner plig pleeging van de sterke en ernstige betuigingen, dat ze onverdiend zyn de veelvuldige verklaaringen van onbekwaamheid, om dat geen' te volvoeren 't welk ons daaglyks werk is de pederigheid, waar mede Heeren van veel verdiensten zich vervoegen by Dames van groote middelen ; en de heuschheid der laatstgemelde, om die nederige verdiensten te beloonen met haare Persoon en Middelen de, opregtheid, het wantrouwen, met welke verzoeken om bystand gedaan worden

dan ik zou myn Brief tot eene ongewoone lengte uitbreiden. Dezelve is mis schien reeds te lang. Ik zal derhalven besluiten met u en uwe Leezers geluk te wenschen, dat zy leeven in eene Eeuw die zich zo zeer onderscheidt in deeze beminnelyke Deugd. Ik durf niet zeggen dat ik zelve een zedig en nederig Man ben: want dit zou rechtstreeksche trotsheid weezen ; waar ik ben , wanneer ik hun ontmoet, een

BEWONDERAAR VAN ZIDIGE LILDEN.

, op het

ZILIM EN SELEN A.

(Eene Oostersche Vertelling.)

1

I".
in de hoogstvermaaklyke Valei van Arlin, aan den ooster-
oever van de Rivier Kyshe , woonden ZILIM' en SELENA.

[merged small][ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

PHYLA

Hun nederig verblyf stondt, eenzaam , op een ryzenden grond;
een hooggetopt bosch beschuite 't zelve voor guure winden, en
eene klaare îtroom kronkelde door de Valei beneden. Huis.
lyk ongenoegen bezogt nimmer deeze wooning des Vredes, en
Jalousy, de vergiftigfter van Huwlyksgeluk, tradt nooit over
hunnen dorpel. De tyd deezer Egtgenooten zweefde weg op
vlugge vleugelen; want Onfchuld met Genoegen, haare getroú-
we gezellinne, opende, met den morgen, de deur des huizes ;
terwyl uit den hemel vedergedaalde Weltevredenheid die alle
avonden Noot. De uitzigten van dit Paar bepaalden zich too
voorwerpen binnen hun bereik; geene teleurstellingen verbit-
terden overzulks het genot. Klein was het gecal hunner
Vrienden, doch zy waren opregt; middelmaatig waren hunne
bezittingen, doch hunne verlangens daar aan geëvenredigd.

SHYMAL,, die in den derden Hemel woont, aan wien de Be-
schermgtesten, die over de kinderen der Menschen de wagt
houden, gehoorzaamheid bewyzen, riep tot zich de Bescherm-
geest PHYLA, en sprak

PHYLA! het gelukkig Paar, 'c
welk in de Valei van drlin woont, in 't welk voor gevaar
te befchutien gy uwen wellust vindt, moet scheiden. Het
is zo hestemd. Haast u na beneden, en leen hun uwe one
zigtbaare ondersteuning tot schraaging van hunne Deugd.

Welhaast nadert hun de hand der verdrukking.”.
voerde daar op hem dit woord te gemoete : ,, O SHYMAL! Ik

ken uwe magt op aarde; want gy moet den wil des Hemels
„, volbrengen. Staa my egter toe te spreeken voor dit gezegend

Paar. Ø Suymal! scheid he: zelve niet! Hunde zielen zyn za-
,, mengestrengeld als de Wynstok om den Olm : hun te scheiden

ware voor hun erger dan de dood !!! SHYMAL hervatte :
Zwyg Ô PHYLA! gy weet niet wat gy vraagt. 's Hemels weg
is altoos regivaardig, Laagere Geesten zien, gelyk de Ster.

velingen , over welke zy de wagt houden , de dingen
5 llegts duisterlyk. Aardsch geluk is veeltyds gevaarlyk. We-

derspoed is de eenige waare toe ssteen der deugd. Indien het
Paar, voor 't welk gy pleit, deugdzaam is, gelyk zy schy.

huone dagen mogen vermenigvuldigd, en hun geluk
y nog grooter worden. De groote beschikking der dingen

vordert hunne scheiding. Indien zy, met heilige aandagt, om ,, bystand aanhouden, onderschraag hunne Deuga."

PHYLA boog zich op het diepste, en vertrok.

De Keizer van het Oosten voerde in deeze dagen kryg te. gen zyne Vyanden. Op den twintigsten dag der derde Maan verscheen 'er een Bode aan de v'cedzaame wooning van 21LIM, met dit woord in den monde: „ De Vyanden van den grooren ,, Koning zyn tegen hem opgestaan, en alle de Magten van het

Oosten rusten zich ten kryge toe. Hoor, ZILIM! gord het

zwaard aan uwe heupe, en verlaat deeze Valei der stille so ruse ; dit bevcelt de groote Koning!” Zilim boo; zich

ter

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

» nen,

[ocr errors][ocr errors]

1

[ocr errors]
[ocr errors]

ler aarde; zeggende: ,, 's Hemels wil geschiede! 0 Myne sele

NA! dierstbeminde van myne Ziel! Ik zie uwe onroering, Uwe heldere oogen staan met een wolk van droefeniste over

trokken. Uw boezemleed gaat reeds alle uitdrukking te bo. ,, ven. Maar, 6 myn Schoone! laaten wy, door onze klagten,

die goede Voorzienigheid, aan welke wy zo veel geluks te danken hebben, niet beledigen; die Voorzienigheid, welker

bevelen onherroeplyk, en wier bedeelingen voorzeker regt», vaardig zyn."

De bekoorlyke selena' viel hem om den hals, en spraakloos in zyue armen. Hy kuschte de traanen van haare doodbleeke kaaken-, en bezigde al de taal der tederste liefde om haar, boezemleed te verzagten; maar al zyne tederheid diendę ileges om haare treurigheid, wegens zyn heenengaan, te verrreerde. ren, en haaren angst over zyne behoudenis te vergrooten. He. laas ! zy zonk als leevenloos op een zetel neder. -- ZILIM, door wavhoop vervoerd, riep de getrouwe Slavinnen tot haaren bystand. Zy zagen haare geliefde Meestresse niet bleek, beweegloos, zitten, of zy baadden zich in traanen van opregte deelneeming; want zy aanbaden haar van wegen haare alge'nee. ne goeddaadigheid en de zagte behandeling, by aanhouden, yan haar ondervonden. Zy deeden wat zy konden, om haar weder 101 zichzelve te brengen ; dan, niettegenstaande alle haare p oogingen, verliep ’er een langvallend uur, eer zy haar tot zichzelve konden brengen. In 't einde begon de we. derkeer ende zon haars leeveus weder heen te breeken door de donkere wolken welke dezelve bedekt hadden ży Noeg de oogen open zy zag haaren dierbaaren ZiLIM, met de oogen'ten Hemel geslaagen, dankende voor haare wederkeering ten leeven,

SELENA 'rees op van hauren zetel, greep zyn regter hand, zeggende: Ô, Myn tedergeliefde zilim! de wegen des He.

mels zyn altoos regt; ze zyn het met de daad. Ik heb een in schoonen Hemelschen Geest gezien ; deeze noemde zich onze

Bescherm - Engel. Hy sprak, 't is als of ik hem nog hoor : » » SELENA! wees getroost : uw zilim zal wederkeeren , en » , gy zult wederom gelukkig zyn in elkanders omhelzingen; 7 » maar bedenk, ô bedenk, dat gy uwen Schepper niet be.

ledigt door wantrouwen aan zyne Magt, en belofte oin de » » Deugdzaamen te beschermen." 0, Beminde myner » Ziele , wy zullen elkander wederzien ! Neen! neen! ik

wil door myne klagten geen vloek over ons beiden haalen. „ Vertrek, myn dierbaare ZILIM. Het is de wil des Almagti. „ gen, en ik ben des getroost.' ZILIM vatte het woord » Myne altoos geliefde selena, uwe woorden doen myne ziel » meer herleeven dan de morgendaauw, des Hemels de van

dorst hygende Natuur. Ja, wy zullen elkander wederzien in vrede en duurzaam geluksgenot. Vaarwel, meestbeminde

[ocr errors]
[ocr errors]

C

[ocr errors]
« EelmineJätka »