Page images
PDF
EPUB

Antiquarisch Genootschap te Cassel, by 't welk hy se dert ook verscheidene Verhandelingen heeft ingezonden,

In den Zomer van 1782 was HASSENCAMP met Prof. ROBERT, als Gedeputeerden van de beide Hessen - Cas. selsche Universįteiten Rinteln en Marburg , by de vie. ring van het Jubile te Wurzburg tegenwoordig, waara van de eerstgenoemde een omstandig naricht liet druk, ken in een Brief, in 1783 uitgekomen, Briefe eines rei. senden von Pyrmont, Cassel, Marburg, Wurzburg und Wilhelmsbad. By deze gelegenheid hield hy in eene zit. ting van het Antiquarisch Genootschap te Cassel eene voorleezing uber das bekannte alte Syrisch Chinesischa Monument, die ook in het voornoemde geschrift gedrukt staat, en had terzelver tyd het genoegen, dat een door hem ontworpen Opschrift voor het heerlyk Standbeeld van den Landgraaf Frederik den Ilden aldaar werd goede gekeurd, het geen ook paderhand op dat heerlyk Gedenks Ituk geplaatst is.

Voorts bericht ons de Vereeuwigde , dat hy nog verfcheidene kleine Verhandelingen in Maandschriften, Bi. bliotheeken, en zoogenaamde Intelligenzbladen, deels metg deels zonder, naam, heeft laaten drukken, Programmata geschreven , Redevoeringen gehouden, en Voorleezingen ingezonden heeft, waarvan hy alleen de volgende noemt. Een Programma op het geboortefeest van den Landgraaf in 1784, von dem grossen nuzzen der Strahlableiter und ihrer vortheilhaftesten einrichtung zur befchuazung ganzer Stadte, en een ander tot aankondiging van de Lykrede op. denzelfden , (die hy ook zelf gehouden heeft,) von den Sporen der unsterblichkeit, welche sich in der altesten Schrif:. Tichen urkunde des menschengeschlechtes, in dem buche Hioba, yorfinden, in 1785.

In 1789 begon hy, met een aantal van de beroemdste. en opgeklaardite Godgeleerden in Duitschland, het nieus we Theologische Journaal, onder den titel van Annalen der neuesten Theologischen Litteratur und Kirchengeschichte, dat 200 algemeen is toegejuichd, uit te geeven. In dat zelfde jaar ontving hy ook de waardigheid van Confi. ftoriaalraad.

In 1791 liet hy een Auszug aus BRUCE reifen nach Abyssinien, nebst einem Anhang dazu , welcher berichtia gungen und zusatze aus der Naturgeschichte von J. F. GMELIN, und aus der alten, besonders orientalischen Littera. tur von verschiedenen gelehrten enthalt, vervaardigen, in a Banden, met Kaarten. Hy zegt zelf aan het Aanhang. fel eenig deel gehad te hebben.

In dat zelfde jaar had hy het ongeluk zyne geliefde Echtgenoote , met welke hy 20 jaaren zeer vergenoegd geleefd had, te verliezen. Zy liet hem 4 kinderen, één zoon en drie dochters, achter.

Kort daarop deed hy wederom, ook deels tot herstel. ling van zyne gezondheid, eene geleerde reis naar Saxen, bezocht by die gelegenheid, onder anderen, in den omtrek van omtrent 20 mylen, vyf Universiteiten, Gottingen, Leipzig, Halle, Jena en Erfurt, en had de eer tot medelid van de Academie der Weetenschappen te Mentz aangenomen te worden.

Verder gaan de eigen Leevensberichten van den beroemden HASSENCAMP niet Hy zegt, aan 't einde derzelven, dat nu (in 1792) zyne beroeps. en ambts- bezigheden, en de uitgave der Theologische Annalen , die hem in eene uitgebreide correspondentie ingewikkeld hebben, al zyn tyd wegneemen; en dat hy, zoo lang het der Voorzienigheid behaagen zal zyn leeven en gezondheid te ver lengen, zal voortgaan de waereld, naar zyn vermogen, van dienst te weezen.

En hierin is de onsterfelyke man, volgens het getui. genis van zyn Ambtgenoot, en allen, die hem gekend en yan naby beaamd hebben, met rusteloozen yver, tot ini de laatste oogenblikken van zyn roemwaardig leeven volftandig gebleven. Het is niet te berekenen, hoe veel 's Mans onvermoeide arbeid, tot onafgebroken voortzetting, der Annalen , wyd en zyd heeft toegebragt tot bevordering der algemeene opklaaring. Andere Schriften van aanbelang zyn 'er , zoo verre wy ons nu erinneren sedert niet van hem in 't licht verschenen, behalven de Lebensbeschreibung von J. D. Michaëlts yon ihen selbst abgefast, mit anmerkungen von HASSENCAMP, in 1793, en deszelfs kleine Schriften, theologischen, philologischen, und mathematischen inhalts, in 1794.

[ocr errors]
[ocr errors]

OPMERKLYK GEVAL, OMTRENT EEN' TER DOOD VIR

WEZEN MISDADIGER, IN ENGELAND.

(Medegedeeld door den Heer R. ARRENBERG, te Rotterdam.)

1

[ocr errors]

aar men in Engeland nimmer een Pynbank gebruikt, de Rechter hem alleenlyk op den Eed van getuigen, en de klaarblyklykheid van de zaak, tot den dood, of eene mindere straffe, veroordeelt, heeft deze manier van rechts. pleging altoos veel goedkeuring by andere Natien verwor• ven. WENDEBORN, die dezelve, in zyn Staat van GrootBrittanje, naauwkeurig beschreven heeft, houd ze, verre wez, verkieslyk, boven die, welke in andere Landen in gebruik is, en het ontbreekt niet aan lieden in ons Va lerland, die, by gelegenheid van het afschaffen der Pynbank in deze Republyk, en de raadpleging der Wet. gevende Magt, om, in plaats van dezelve , eene andere manier van procederen daar te stellen, beweren, dat dezelve hier te lande behoorde ingevoerd te worden. Wat het beste zy mogen, Staatkundigen en Rechtsgeleerden bellissen; maar zeker is het, dat deze manier van Rechtsplegen in Lyfstrafiyke zaken geenzins 200 voldoende is, om een gemoedelyken Rechter in alle gevallen gerust te stellen dat hy geen onschuldigen veroordeeld heeft, als men zich in het algemeen verbeeldt.

Zy, die gewoon zyn de Engelsche nieuwspapieren te lezen , waarin alle Lyfstraflyke Rechtsplegingen publyk gemaakt worden, vinden daar in telkens voorbeelden van misdadigers, die wel tot het laatste oogenblik de hun aangetygde misdaden ontkennen; maar wanneer zy zien, dat 'er geen pardon, of uitstel van executie, te wagten is, hunne schuld belyden, en de billykheid van het over hun geflagen vonnis erkennen, doch daar tegen vindt men ook menigvuldige voorbeelden van zoodanigen, die bestendig de tegen hun ingebragte beschuldiging ontkennen , zich aan de misdaad, om welke zy ter dood gebragt worden, onschuldig verklaren, en 'er de eeuwigheid op in. itappen.

Dan boven en behalven deze daaglyksche voorvallen, zal het volgend opmerklyk Verhaal doen zien, dat een

Rech

Rechter, in weerwil van een aantal getuigen en de grootste klaarblyklykheid , kan misleid worden, en een onschuldigen veroordeelen.

Vóór eenige jaren, kwam een Franschman, Jacques Dumoulin genaamd , met vrouw en kinderen en een geringe somme gelds, in Engeland. Zich in Londen ter neder gezet hebbende, won hy zyn bestaan met groote partyen van gesmokkelde en aangehaalde goederen, die aan den Tol opgeveild worden, te koopen, en dezelven we derom in het klein te verkoopen. Schoon zy, die dezen handel dryven in Engeland, alwaar geen fatzoenlyk maz die goederen zou durven koopen, zeer veracht worden, stond egter Dumoulin in taamlyk goede achting, by allen die hem kenden, en zou dezelve waarschyniyk behouden hebben, indien hy niet tevens onder het vermoeden geraakt ware van een valsche Munter te wezen. Dit verinoeden ontstond hier uit, om dat Dumoulin, als hem iemand geld betaald had, telkens terug kwam, zeggende dat hy valsch geld ontfangen had, en, hoe' zeer men hem van het tegendeel trachtte te overtuigen , altyd 200 sterk op zyn stuk staan bleef, en zoo lang aanhield, tot dat men hem het geld verwisseld had; zoo dat hy daardoor wel. haast al zyne achting en credit verloor.

Op zekeren dag, aan een man, Harris genaamd, met wien hy te voren nooit eenige zaken gedaan had, voor zeventig Ponden Sterlings aan goederen verkogt hebbende, betaalde hem die man, voor een gedeelte, met Guinies, en, voor het ander gedeelte, met Portugeesch goud. In het eerst maakte hy eenige zwarigheid om dat laatste geld te ontvangen ; doch, op de verzekering van Harris, dat hy al dit geld naauwkeurig bezien en gewogen had, nam hy het eindlyk aan, en gaf hem quitantie; dan eenige dagen daar na kwam hy by hem terug met zes Guinies, die hy zeide dat valsch en onder het geld geweest waren, 't welk hy van hem ontvangen had. Harris hield het tegendeel staande , en weigerde die Guinies te verwisselen. Dumoulin verzekerde, dat hy, dit geld van hem ontfangen hebbende, het terstond in zyn bureau ge. legd, en het niet aangeraakt had vóór dat hy 'er dien dag een Wisselbrief mede had willen betalen, wanneer hy die valsche stukken 'er onder gevonden had.

Het gevolg van dit geschil was, dat het voor den Rechter gebragt werd, en Dumoulin een Eed gedaan

heb

hebbende, dat hy dit valsche geld, in de daad, vai Harris ontfangen had, werd de laatite verwezen om dat valsche geld tegen goed geld aan hem te verwisselen. Harris, woedende van zich zo bedrogen te zien door een valschen Eed van Duinoulin, vertelde dit geval aan jeder een, en ontdekte toen , dat verscheiden menschen dezelfde historie met Dumoulin gehad hadden , en hier door verviel zyn credit dermaten ,, dat niemand meer met heni te doen wilde hebben. Dumoulin, ondervin. dende dat de vertellingen van Harris de oorzaak van zyn discredit waren, deed hem een proces van injurie aan. Voor den Rechter verschenen, en de aanklagte gedaan zynde, verdedigde Harris zich yverig , deed een naauwkeurig en omstandig verslag van het geval, en een aantal getuigen by zich hebbende, die dezelfde moeilyk. heid met Dumoulin, over valsch geld, gehad hadden bragt hy het zoo ver, dat de Rechter begon te vermoeden , dat Dumoulin, in de daad, een valsche Munter was, en hem derhalven in hegtenis deed nemen. Ver. volgens order gegeven zynde, om zyn huis te doorzoe. ken, vond men in zyn bureau alle de Instrumenten van een valschen Munter:

De pogingen, die men bewees dat Dumoulin gedaan had, om telkens valsch tegen goed geld te verwisselen, de quantiteit, die men 'er nog van by hem vond, gevoeg by de ontdekking van de Instrumenten, maakten een volkomen bewys ten zynen laste uit. Hier by kwam nog de herinnering van de onbeschaamdheid, met welke hy gedurig den een en ander gedwongen had het geld te verwisselen; den valfchen Eed , dien hy tegen Harris gedaan, en het proces, waarin hy hem betrokken had; dit alles, te famen genomen, maakte Dumoulin zoo verachtlyk in de oogen van alle menschen, dat een ieder verlangde hem voorbeeldig gestraft te zien'; ook werd hy,

Eed der getuigen en de klaarblyklykheid van de zaak, ter dood verwezen.

Wie, die dit Verhaal tot hiertoe gelezen heeft, zal Dumoulin niet schuldig, en het over hem, naar de Engelsche manier van procederen, gevelde vonnis voor bila lyk en gegrond, oordeelen ? maar wat gebeurde 'er ? Terwyl Dumoulin onder het vonnis des doods zat, en nog maar weinige dagen te leven had, geviel het dat zekere Graveur Williams, door Londen rydende, van zyn paard ftortte, en diep val oogenbliklyk bestierf. Zyne Vrouw,

op de

« EelmineJätka »