Page images
PDF
EPUB

450 DE VOORDEELEN VAN ZICH DRUK BEZIG TE VERTOONEN. Mannen; maar ik ontmoette nimmer onder hun, die in den naamid. dag kon vinden wat hy in den voormiddag verzuimd hadt. Het yalt bezwaarlyk op het eene gedeelte van den dag de verrigtin. gen van een ander gedeelte te volvoeren; dit, denk ik nede. Tig, is even bezwaarlyk als met de voeten te verrigten wat het werk der handen is, of aan den elleboog te beveelen , dat geep te doen, wat het oog moet uitvoeren.

Deezerwyze eenige aanmerkingen in 't midden gebragt hebbende, over de voordeclen, van het betoon eener woelende Drukte en Haast te verwagten, welke ik tot het begiózel van trots te rug gebragt heb, en de begeerte om een ydel vertoon te maaken, zou du eigenaartig volgen, dar ik schetste de nadeelen, zo 'er eenige zyn, welke gepaard gaan met eene meer defrige voortvaarendheid. Ten deezen opzigte, nogtbans, zal ik my, caar myn Brief reeds zo breed geworden is, bepaalen tot ééne bedenking; hier in bestaande, dat de veelvuldigheid der schyn. vertooningen de uitwerking daarvan verydelt; en tot één gee val, hier in bestaande: In de straaten van een onzer volkrykite Steden wandelende, kwam 'er een Postchais met vier paarden uit alle magt aanryden: het gebas der honden, het geschreeuw van Vrouwen en Kinderen, ging 'er, naar gewoonte, by op. Desgelyks schooide eene groote menigte voiks zamen by de deur der Herberge waar het Rydruig Itil hieldt, vol nieuws. gierigheids en begeerte om de groote Persoonadie te zien, die met zulk een buitengewoonen spoed kwam aanryden. En ziet, het was een Jong Heer, gevat om het maaken van vale sche Banknooten, en die korten tyd daar naa werd opgehan; gen, dat 'er de dood naa volgde.

Uw Medeburger

P. Festina lente.

ANECDOTE, RAAK ENDE DE KUITE R.

Aan de Uitgeever's der Vaderlandsche Letteroefeningen,

GEACHTE MÉDEBURGERS!

[ocr errors]

et zoude overtollig 'zyn iets te zeggen tot lof van det

grooten Admiraal MICHIEL ADK. DE RUITER. By elken Liefhebber des Vaderland's is de gedachtenis van deezen bykans weergadeloozen Man in zegening. Uitgestrekte kundigheid in de zaaken van zyn beroep, kloek beleid, onverschrokken dap. perheid, bedaarde voorzichtigheid, tegenwoordigheid van geest in de neteligste omstandigheden, vereenigden zich in hem met de zuiverfte liefde tot het Vaderland , en ontvingen eenen op•

be.

99

bezwalkten luister van een algemeen deugdzaam character, van de ootmoedige godsvrucht des verlichten Christen.

Ook hebben vreemden,” zegt WAGENAAR, Vaderl. Hist. D. XIV, bl. 395,

hem genocmd den grootsten Zeeoverste zyner eeu. , we, en den trouwsten dienaar, dien eenige Staat immer heba

Den kon." In den beroemden BRANDT heefc hy eenen Geschiedenisfchryver gehad, wiens pen zyne voortreffelykheid recht kon doen en gedaan heeft.

Alles wat deezen Held betreft is waardig in gedachtenis te worden gehouden. Dit beweegt my u de volgende Anecdote te zenden, met volkomen vryheid, om ze, indien gy het goed vindt, in uw Mengelwerk te plaatzen. Het geval, daarin voor-, komende, is wel omtrent de 40 jaaren na den dood van de Ruiter gebeurd, maar heeft tot din Admiraal de naauwste betrekking, en toont, hoe zeer hy bemind en geacht was by zyne onderhebbende manschap. My is het al voor jaaren ver. haald door den Eerw. PETRUS BLIK, Leeraar der Remonstranten te Amsterdam, en aldaar , ruim een jaar geleden , in eenen hoogen ouderdom gestorven. Het maakte toen by my eenen diepen indruk; dikwyls hebbe ik het overdacht, en nimmer, uit het geheugen verloren, zodat ik het nog genoegzaam met de eigene woorden van Do. Bliek kan voordraagen.

BLIEK dan verhaalde, dat hy in zyne jeugd, terwyl hy te Amsterdam op des Rectors school was, eens met eenigen zyner schoolmakkeren gelegenheid kreeg om de Admiraliteits Werf en de Schepen in het dok liggende te bezien. : Onder anderen lag daar een Schip, Haarlem genaamd. Dit schynt cen van de zwaarften geweest te zyn.

Ten minsten BLIEK boven op de hur staande, had zynen makkeren toegeroepen : Jongens, zulk een Schip heeft DE RUITER nooit onder zyn g. gehad. Een hoogbejaard matroos die als oppasser op dit Schip geplaatst was, dit hoorende, vraagde hem : Wat RUITER ? Wat RUITER meent gy? Wel, zeide BLIEK, den Admin raal DE RUITER, ik weet geenen anderen. der DE RUITER , borst toen de oude Man, vol van aandoenin. ge, uit, is 'er nog iemand, die van DE RUIT R weet? Dat hoort gy, hervattede BLIEK, maar hebt gy hem gekend? Zoude ik niet! sprak de oude Zeeman, en verhaalde daarop dat hy jaaren lang onder den Admiraal , en op deszelven Schip, gediend, onder anderen den laatsten tocht met hem ge. daan na de Middellandsche Zee, en den Zeeslag had byge. woond, waarin DE BUITER zyne doodwonde ontving ; dat hy ook vervolgens het lyk 'na het Vaderland had helpen overbrengen. BLIEK, die BRANDT had gelezen, vraagde daarop na eenige byzonderheden; onder anderen, of her waar was, dat DE RUITER nooit vloekte? De marroos zeide: Ja; het hardste woord, dat hy ooit gebruikte, was, Kaerels! Maar dan moest hy heel boos weezen ; anders was het , Mannen, of jongens, of

Maats.

Ach,

myn Va.

[ocr errors]

Wel,

al 2014

Maats. Na nog eenig dergelyk gesprek, zeide de oude Man
Maar, jonge Heer, gy zyt nog zo jong; gy hebt LE RUITER
niet gekend: hoe weet sy 20 veel van De RUITER ?
dat heb ik gelezen in een Boek , dat van de RUITER's leeven ge-
fchreven is.

Och! is 'er zulk een Boek? Nu wenschte
ik, dat ik leezen konde : dat Boek moest ik koopen
ik 'er myn laatsten fuiver aan besteeden! Eindelyk had BLIEK
gevraagd, hoe zy het zouden geklaard hebben, indien zy op
de terugreize met het lyk des Admiraals door eene overmagt
van vyandlyke schepen waren aangevallen? Toen werd de oude
matroos nog driftig, en antwoordde, met vuur: DE RUITER
was by zyn leeven onoverwinnelyk, maar na zynen dood nog

Hoe dat? Wel, jonge Heer, onze Officiers weren verwoed; en wy, Jan - maat, hadden malkaer vervloekt , indien wy den brand niet liever in het kruid staken , dan het schip overgaven !

Her kwam hier pieț toe. Men weet, dat Lodewyk de XIV, in tegendeel, bevolen had her lyk des Admiraals met eereschoo. ten te begroeten, wanneer het eene van zyne havens mogu voorby vaaren. Maar dit wist Jan-maat niet. Ik ben

Uw bestendige Leezer en Heil wenscher H........ 22 Aug.

E. S. N. 1798.

meer.

[ocr errors]

TEGENWOORDIGHEID VAN GEBST, BEN REDMIDDEL.

werd voor den Hertog VAN MARLBOROUGH, toen deeze by 't zelve in angenade vervailen was; men stondt op 't punt om hem. mishandeling aan te doen. Om zich uit die verlegenheid te redden, gaf hy twee Charactertrekken , het tegenbeeld diens. Hertogs uitdrukkende, met deeze, weinige woorden te verstaan : » Myne Vrienden ! ik kan u door twee redenen overtuigend » verzekeren dat ik de Hertog VAN MARLBOROUGH Diet ben. Vooreerst, ik heb niet meer dan vyf Guinjes in myn zak

en, ten anderen, deeze zyn geheel tot uwen dienst."

Dic gezegd hebbende, haalde hy zyn beurs uit, wierp die onder de hem omringende menigte, en verliet hun onder de luidrugtigste toejuichingen.

[ocr errors]
[ocr errors]

TOT FRAAIJE LETTEREN, KONSTEN EN WEETEN

SCHAPPEN, BETREKKELYK.

AANMERKINGEN, OVER DE EENZELVIGHEID EN

ZATHEID BENIGER MODE · DWAASHEDEN.

(Naar het Engelsch.)

[ocr errors]

Ten heeft opgemerkt, dat het uitwerkzel van schielyk

verkreegene Rykdommen op de Zeden bykans on. der alle menschen hetzelfde is. Het is eene verandering van toestand, tot welken de menschen zo.onbereid schynen, dat zy van anderen ontleenen welk een gedrag zy te houden hebben ; terwyl, in een leevenslotwissel van nadeeligen aart, de ziel, als 't ware, inkrimpt, sterkte in eigen bronnen zoekt, of zich aan wanhoop in stilte en eenzaamheid overgeeft.

Het valt niet gemaklyk te zeggen, waarom wy niet even zeer bereid zyn om lotwisselingen te gemoet te treeden, welke bykans dezelfde gevolgen hebben. Schie. lyk verkreegene Rykdommen, en onverwagt ons overvallende Armoede, hebbe men gewis aan te merken als de sterkste, beproevingen om tot slegte daaden over te slaan: maar wy Tchynen tegen dezelve niet even zeer op onze hoede, en zelfs een denkbeeld, min of meer, te koeste. reu, dat de Ryken strafloos snood mogen weezen, terwyl de misdryven, uit Armoede herkomstig, nimmer ongestraft moeten blyven,

Niets, egter, strekt onzer menschlyke natuure tot grooter eere, dan het geduld en de standvastigheid, met welke de Menschen, over 't algemeen, de lotwissel by het ondergaan des wederspoeds verduuren; de vaardigheid met welke zy zich redden uit zwaarigheden, en de naauwkeurige wagt, welke zy houden over hun zedelyk gedrag, in omstandigheden van zeer nereligen aart en verlegenheid. Het is, in de daad, een bezwaarlyk stuk, in dien toestand, de slingerende evenaar der driften vast te houden, het pad des leevens zonder struikelen te loopen, MENG, 1798. NO. 12.

LI

[ocr errors]

en

en is het mogelyk met spoed.en . wakkerheid uit de laagte weder na boven te klimmen.) Het levert een fterk bewys van deugd op, en toont eene groote maate van het natuurlyk voorregt der zelfbehoudenisse , zich te verzetten tegen de verzoekingen, welke ons' aanvallen, wanneer wy berooid en verdeedigingloos zyn, wanneer wy veragt worden, wanneer wy niemand hebben die ons bemoedigt; wanneer wy verdagt gehouden worden, en onze eigene braafheid moeten betoonen. By deeze ligt: mismoedigmaakende oorzaaken mogen wy nog veegen, dat wy, in dien toestand verkeerende, den trotsch onzer vroegere dagen moeten overwimmen, en ons zelven fchikken naar een leevenstoestand, in alle opzigten nieuw en onbeproefd. Nogthans is het, voor den waaren Men. fchenvriend, een aangenaame bespiegeling , tê overweegeu, hoe veelen deeze hindernissen te boven gekomen zyn, niet alleen zonder eenigzins schade te lyden aan hun Zelyk Character, maar met eene ten toon spreiding van vermogens, die tegenspoed alleen te voorschyn kan roepen, met een geduld, 't geen de Rykaart verre is van te kunnen betoonen, en eene volstandigheid, die de gelukkige en traage gunsteling des Fortuins alleen in andeTen kan pryzen. • De zaak is volkomen het tegendeel by de zodanigen, die een schielyke en onverwagte aanwas van Middelen verkreegen hebben. Menschen, waar van de voorbeelden, ook in deeze dagen van vry algemeene schaarschheid, niet ontbreeken, en die ons geregtigen om deeze Proeve thans onzen Leezeren voor te draagen. Zy zyn niet alleen onvoorbereid; maar zy weeten niet waar een geschikt yoorbeeld van gedrag te vinden. Zy volgen daarom de voetstappen der zodanigen, die vóór hun denzelfden weg bewandelden, en zy denken, dat Rykdommen, dus verkreegen, bestemd zyn om besteed te worden aan, en verspild te worden in, een zeker Nag van voorwerpen , die dezelfde zyn voor alle menfchen.

Deeze zyn de weinige plans van een overdaadig leeven, geschikt om trotschheid te voeden, door een ont. leend Ontzag te bezorgen, en eene betoonde dankbaarheid te verwerven. Vriendschapsverbintenissen , van zulk eenen aart als Rykdommen bezorgen, laaten zich schielyk vor. men, en het is de zaak van den nieuwen aankomeling onder de Geldzakken', zich by de Ryken te vervoegen, Hy wordt, in dien kring , met opene armen ontvangen; bub

hy

« EelmineJätka »