Page images
PDF
EPUB

2

sterk was myn Geloof, dat ik op dit oogenblik dagt: Hy, die het oor vormde, zal myne klagt hooren, en het eerwaardig stof weder leevendig maaken. Myne Dienstbooden yloogen allerwege heen, en haalden een Doctor en Chirurgyn. Zy deeden wat zy konden, om het leeven weder op te wekken; doch te vergeefsch. Hy was uit myne armen gerukt, die altoos in myn hart zal blyven. Ik zag hem niet meer."

Zo beschreef de Egtgenoote, eenigen tyd naa dit afsterven, den dood haars Mans, die zich door de volgende Werken by zyne Landgenooten, en door eenige ook by ons, beroemd gemaakt heeft.

1. A Sermon and Charge at the Ordination of the Rev. Mr. GIBSON, Minister at St. Ninians, 1754.

2. Ordination Sermon on the Eloquence of the Pulpit, gevoegd by the Art of Preaching, door zyn Broeder DaVID, 1754.

3. A Sermon on the Spirit of Popery, gepredikt voor de Synode van Perth & Stirling, 1754.

4. A Sermon on the Folly, Infamy, and Misery, of Un. lawful Pleasure, gepredikt voor the General Assembly of the Church of Scotland, 1760

5. A Sermon on the Death of Dr. LAWRENCE, 1760. 6. Sermons to Young Women, 2 vol. 1765 (t).

7. A Sermon on the Charader and Conduet of the Female Sex, 1776 (+).

8. Addresses to ?oung Men, 2 vol. 1777 (9).

9. 4 Charge at the Ordination of the Rev. JAMES LIND: SAY, in Monkwell - street, 1783. 10. Addresses to the Deity, 1785 (**).

11, Poems, (*) Volgens onze voorgaande Aantekening , in 't Nederduitsch vertaald.

(t) Deeze zyn uitgegeeven onder den tytel van de Vriend der jonge Juffrouwen , II Deelen ,

een tweede Druk by onzen Drukker YnTEMA, in 1779, het licht zag.

(1) Decze Redenvoering maakt het eerste gedeelte uit van het Ilide Deel van de Vriend der jonge Juffrouwen , by denzelven.

($) Zy zyn, onder den tytel van Driend der jonge Heeren, by den bovengemelden in 't Nederduitsch uitgekomen, 1780.

**) Men vindt ze in het IIIde Deel van de Vriend der jonge Heeren.

[ocr errors][ocr errors][merged small]

waar

van

11. Poëms, 1786 (*).
12. 1 Discourse on Pain, 1791.

13. The Temple of Virtue, à Dream, geschreeven dour zyn Broeder DAVID (t).

(*) Eenige uitgezogte zyn geplaatst in het .evengemelde derde Deel.

(+) Dit maakt het flot uit van het derde Deeltje der. Ne, derduitsche Uitgave van de Vriend der jonge Juffrouwen.

- 'Deeze uitmuntende Geschenken voor Neêrlands Jongelingen en Jonge Dogters, van den beminnelyken 'FORDYCE, zyn, by gemelden Drukker , ieder in III Deeltjes , nog te bekomen.

POPE, BY HET GRAF VAN EMMA.

(Eene Wysgeerige Verciering.)

B'Dorpse kerkhof "wandelde o crestigde "hy zyne aandagt op

een onlangs opgerigte Graftombe. De hier door verwekte denkbeelden deeden hein in eene diepe mýmering vervallen ; en, zonder 'er om te denken, rolde hý tusschen zyne vingeren een papier te zamen, op welk hy de boertigste regels zyner Dunciade geschreeven had. Een oogenblik laater fcheurde hy het papier, en wierp de stukken op her Graf. Het leven is te kort, zeide hy om te leeren haaten, zonder onrechtvaardigheid ; of zich te wreeken, zonder wroeging. Het Hekel. dicht , gelyk aan eene, în 't duister geschooren, pyl, be:. dreigt de kwaaden , doch treft veelmaalen den goeden. De Haat is een verteerend vergift voor de ziel; zy doet het le. ven overflyten, en vernietigt , zonder vrucht, de oogenblikken van vergenoegen. Ongelukkigeu! wier bestaan door dee. ze helsche drift vergiftigd wordt, gaat naar een Kerkhof, be. fchouw Grafsteden , leert aan het toekomende en: de lucht, die gy'aldaar inadem't, zal uwe denkbeelden zuiveren; de jaaren, die nog niet gekomen zyn, scheiden u af van de voorwerpen, die "gy haat; 'uwe drift zal bedaaren , uw oordeel verlicht worden.

De Dichtir, nogmaals zyne gedagten op de Tombe vestigende , voer voert: vier voeten diep beneden deeze 'onlangs geroerde aarde, ligt een wezen , 't welk myns gelyken was. Vóór gisteren ademde , (prak, en dagt het. Heden is dat alles geëindigd. Het gevoel zal dit lichaam, waar vau maar alleen de gedaante bestaat , niet weder bezielen. Hier houdt alles op,

In

de

aan deeze zyde der eeuwigheid ; liefde, schoonheid, aangebaame vermaaken, die het leven verteeren , terwyl zy het vervrolyken; het geluk van bemind te worden , alles ! deezer voege by zich zelven redekavelende, kwam , uit eene nab uurige wooping , 'eene jonge Dochter te voorschyn ; zy was aarlig , gelyk men

van

een meisje van zestien jaaren dat nog merkiyķ in bevalligheden moet toeneemen,

kan verwagten. De bleek beid van haar gelaat gaf aan haare geregelde trekken een zacht en sentimenteel voorkomen. Haar schoon hoofd itak een weinig vooruit , met dat stilzwygen , i'c welk de behoefte der, liefde kenfchetst ; en met eene open: hartigheid van gevoel, 't welk zich nog niet heeft kunnen volmaaken. Met zodanig een gelaat kan men alles zeggen; de levendigste , uitdrukkingen der liefde omzwagtelen zich met de opschuld: men spreekt nog niet ; maar men gevoelt.

Het Meisje bield bloemen in de hand, die zy over het Graf strooide. Pope dagt aan zyn verscheurd Hekeldicht: de eerbetuiging was dezelfde ; men begint te beminnen, wanneer men ophoudt' te baaten. Het Meisje wierd POPE gewaar, die op het Graf itaarde , en haar allengskens naderde. Misschien verlangt gy te weeten, zeide zy, ..., en zy begon te schrei. jen.. Dit is het Graf van Emma en Lower. Ik zal u, 's geen ik zo even gehoord heb, verhaalen. Emma en Lower wilden zich voor gisteren in 't huwelyk begeeven; zy stelden die plegtigheid uit tot den volgenden dag : doch het woord Morgen behoort niet tot het leven ; maar alleen tot de hoop.

De klok had reeds zeven uuren geslagen; van den anderen kant des muurs van , het park hoorde men reeds het geblaet der schaapen , die Daar huis gedreeven wierden. Dat wy ons haasten, zeiden de Herders; welk een vreeslyk onweder broeit daar! Emma sziet naar den hemel ; hy is bedekt met wolken ; : de donder begint te rommelen., verzeld van een storiregen. Emma en Lower hebben zelfs den tyd niet , in een der Zoiñerhuizen van den Tuin te vluchten. Gevallig bevinden zich de beide Gelieven in de nabyheid eener Grot, in het afgelegenst gedeelte van den Tuin : hier brengt Lower Emma.

Hoe traag loopt deeze dag ten einde ! zeide by: de dag van morgen, zal die dan nooit komen ? Morgen zullen wy je zamen vereenigd zyn, en de dag van beden schynt my als eenę eeuw tusschen u en my. - 0 Myne waarde Moeder, zeide Emma, hoe groot zal uwe ongerustheid zyn ! rust, antwoordde Lower ; het onweer zal eerlang bedaaren ; ik zal u by haar brengen ; zy zal eenige oogenblikken van ongerustheid vergeeten; doch ik , myne waardste, zal u nooit vergeeten. Morgen zal uwe Moeder my Emma geeven : morgen zullen de blyde huwelykszangen zich vereenigen met onze hei.

om

Wees ge

[ocr errors][merged small][merged small]

lige eeden. Morgen........ 'Er valt een verschriklyke blixem. straal, verzeld van een ontzettenden donderslag......... Morgen bestaat niet meer voor Emma en Lower!

Het onweder houdt eindelyk op. De hemel wordt helder. De nog overige verspreidde zwarte wolken daalen neder tot den gezichtēinder. Len koele verkwikkende wind ruische zoetjes door den lommer van het geboomte. De maac ver. Spreidt over alle voorwerpen baaren blecken melancholieken glans , welks betoverende kragt door de stilte van een schoo• den nacht nog vermeerderd wordt. Straks weergalmi de omtrek der Grot van de duizendmaal herhaalde naamen van Emma en Lower.

Werwaards spoedt gy u, tedere Moeder van de schoone Emma? Helaas ! zy had overal haare geliefde Docliter gezogt: zy dagı ou eindelyk aan de Grot. . Ongelukkige Moeder! een vreeslyk voorgevoel ontrust haar, en schynt haar vleugels te geeven. Een aantal bedienden, met flambouwen in de band , heeft moeite haar te volgen. Zy nadert de Grot. Ach! hoe beklaag ik baar!

De beevende Moeder roept te vergeefsch haar kind, en valt in flaauwte op het gezigt der struiken , die, aan den ingang der Grot, door den blixem getroffen, nog brandden. Eenige haarer bedienden ruimen de brandende takken uit den weg; komen in de Grot; doch heç deerniswaardigst schouwspel doet hun verstommen. Emma zat op een bank van zooden ; de eene hand om den middel van Lower gellagen , en met de andere bedekte zy haare oogen. Lower, voor haar op de knieën liggende, was met het lichaam gedraaid naar den ingang der Grot; hebbende zyne beide handen over Emma uitgestrekt, als had hy haar voor 't geweld des blixems willen bevei. ligen. Dus wierden twee Gelieven door denzelfden flag geveld , en verwisselden te gelyk het leven met den dood. Dus daalden zy , vervuld met de vleijendfte vooruitzigten, plotsling in het graf.

Dit verhaal geëindigd hebbende, ging het Meisje heen en liet den Dichter alleen. Hy staarde het Meisje på, en, haar niet meer ziende, vestigde hy zyn oog nogmaals op de Tombe. Ach! zeide hy by zich zelven, waarom stelden deeze Gelieven hunne vereeniging een dag uit ? waarom trouwden zy niec gisteren? Doch laaten wy hen niet beklaagen, daar zy, ten minsten, in de verwagting van hun zo nabyzynd grootst geluk ten grave gedaald zyn. Maar laat ons, zo veel mogelyk, ie. der dag verryken met die voordeclen, welke ons een volgen. de dag belooft, doch niet altoos geeft. De tyd vlucht, zy ontgliptons, en neeint een deel van ons leven mede. Her is altoos te laat, wanneer wy de uuren terug roepen, om dezelve beter te genieten. Wý grypen naar het toekomende, gelyk een vogel een balm tragt op te vangen , door den wind

wes:

[ocr errors]

weggevoerd. Laaten wy elken loopenden dag gebruiken, als ware hy de laatste van ons leven. De morgen, het kind van den avond , volgt zyn' vader wel op in alle erflyke rechten van den tyd ; doch is , cen onzen opzigte , dikwyls gelyk aan cen oncërfden. Een tegel, valleude van het dak, een onver. wagte aanval eener heete koorts, een ader, die in onze ingewanden berst, doet dikwyls voor ons den morgen, met alle zyne verwagtingen, verdwynen. Van het tegenwoordig oogenblik zyn wy ineester ; maar laaten wy geen jaaren vooruit rekenen. Het Heden is voor ons; draagen wy zorge, het niet te verliezen : kunnen wy de genoegens van Morgen ook genieten, zo veel te beter! maar wy moeten dat tydstip steeds beschouwen als een Vriend, dien ons de Hemel toezendt, en dien wy moeten vergasten, als of hy nog dien 'zelfden avond zal vertrekken.

ZEDELYKE BEDENKINGEN.

en

s het niet de grootste dwaasheid, men mag wel zeggen

te ? Al wie zich tot een redenloos dier verlaagt, heeft zich den naam van mensch geheel opwaardig gemaakt: nogtbans zyn 'er zo veelen, welke 'c eene eere rekenen , zich ver beneden het redenlooze te verlaagen. By zulk eene levenswyze lyd en de ziel en het lichaam beide. Zyt waakzaam , nugteren, welbedagt; want waarlyk gy weet niet in welke gelegenheden ky komen kunt , dat gy alle uwe kragten en verstand van noden, ja dubbel van noden, hebt. Hy is een verderfelyk man in de zamenleving, die door zyn kwaade en verfoeyelyke voorbeelden anderen verleidt, en niet rust, voor dat hy mede: pligtigen in zyn kwaad heeft. Hoe kan de mensch de gaven, waar mede hy door zyn’ Schepper beschonken is geworden, onverantwoordelyk misbruiken! Verdient hy niet de uiterste veragring, die zyn lichaam verderft, en zyne ziel verlaagc beneden het redenloosste wezen van God geschapen. Gedenk, odwaze Berveling! dat gy, even als maar één lichaam, één leven, ook maar ééne ziel hebt; en gedenk 'er by, dat die ziel eeuwig aanwezig blyft, en in dien staat ook eeuwig gelukkig, maar ook eeuwig rampzalig kan wezen , al na dat gy de ontvangen gaven, van uwen Maker verkreegen, wel of verkeerd hebt aangelegd.

Gedenk, dat gy uwe redelyke ziel ontvangen hebt tot eene bestemming, niet om dezelve te verlagen tot beneden het redenlooze : maar om die te verheffen, ware her mogelyk , tot den staat eens Engels. Zie , zo is onze bestemming, zo is de bestemming van elk mensch. Dan de gelegenheden kunnen nog veelal eene misdaad verzwaren , en dezelve on,

Yer.

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
« EelmineJätka »