Page images
PDF
EPUB

bedryf bestaat in elkander by hét hoofdhair te vatten; zelden komt het tot llaan. Het is niet vreemd, dat iemand hunner, vóór het gevegt begint, zyn hair affnydt en zyne ooren vetsmeert. Dit geschiedt egter in 't geheim, en het levert zomtyds een belachlyk vertoon op, als men ziet, dat een deezer Partyen met een verwaaten houding te voorschyn treedt, en roept: „ Waar is hy? Waarom komt hy niet buiten ?” terwyl de ander te voorschyn komt met een kaal geschooren kruin en vetbesmeerde ooren, op zyn party aanvalt, hem by de hairen grypt, en, schoon misschien een veel sterker Man, welhaast op den grond smyt, dewyl de ander geen vat aan hem vindt, Het gebeurt egter, by die gelegenheden, niet zelden , dat elk der Partyen Spions hebbe, die op de beweegingen agt geeven, 't geen hun op een gelyker voet in 't Itrydperk doet treeden. By gebrek van hair, om daar în party te vatten, grypen zy elkander om den middel, met wyd. uitgestrekte beenen, en beproeven hunne sterkte, door te zien, wie eerst den anderen onder den voet kan hel. pen.

Ter gelegenheid dier Worstelpartyen tragten de Om. standers nooit zich in het vegten te mengen. Zelfs de eene Broeder biedt den anderen geenen bystand; of het moet zyn met raadgeeving , welke, daar dit altoos openlyk in ’t veld, geduurende het vegten, geschiedt, gezegd mag worden voor beide de Partyen even goed te zyn. Het gebeurt zomtyds, dat een deezer Worftelaaren den ander in sterkte overtreft; en, indien eene Vrouw aanleiding tot dit worstelen gegeeven hebbe, is de zwakste veelal onwillig om haar over te geeven, niettegenstaande hy geheel overmand zy. In dit geval zyn de bloedverwanten, vrienden en andere omstanders, zomtyds gereed om den zwaksten, in het stryden, te raaden en te beweegen om de zaak op te geeven"; ten einde hy, door het voortzetten des stryds, niet beschadigd of verminkt worde, zonder eenige de minste waarschynlykheid van in staat te zullen weezen tot bescherming van het voorwerp, ten welks dienste hy zich afslooft.

Ik merkte op, dat zeer weinigen van dit Volk te on. vrede waren met de Vrouwen hun ten deele gevallen ; want, wanneer een vry groot getal hunner byeen was, liep 'er zelden een dag voorby, of men zag eenige aanstalte tot geschillen van deezen aart. Dikwyls was het voor my zeer onaangenaam te zien , dat het voorwerp des ge

schils

[ocr errors]

schils in een lydlyk stilzwygen nederzat, haar lot af wagtende , terwyl haar Egtgenoot en diens Mededinger met elkander om den prys der overwinning streeden. Ik werd, in de daad , te meermaalen niet alleen met mede. lyden aangedaan over deeze arme slachtoffers, maar met de grootste verontwaardiging, wanneer ik zag dat zy gewonnen wierden door een Man, by haar doodlyk gehaat. By deeze gelegenheden was haar smerte, en wederzin om den nieuwen Heer en Meester te volgen, zo groot, dat de zaak in de beestagtigste onbeschoftheid eindigde; want in het worstelen zag ik te meermaalen de arme Dogters geheel naakt geplukt, en met geweld na haare nieuwe wooningen gesleept: Op andere tyden was het aartig genoeg om te zien dat eene ten deezen lande bevallige jon. ge Dogter weggevoerd werd van een Man die haar niet aanstondt; met een traan in 't eene en een vinger op het andere oog: want gewoonte, of kiesheid, indien gy zo wilt, hadt haar geleerd een weinig te veinzen , hoe zeer de staatsverwisseling haar ook mogt behaagen. In dit berigt heb ik den naam van jonge Dogters aan de Vrouwen gegeeven, als daar aan meest voegende; dewyl de voorwer. pen van dusdanige twisten, doorgaans, jonge Vrouwen zyn, en zonder eenige Familie: weinige lieden bekreun. den zich om voor anderer lieden kinderen zich in de bres te stellen; dit valt slegts in zeer weinige gevallen voor.

Eenige hunner oude lieden, die een naam bekomen hebben van wegen hunne veronderstelde bekwaamheid om bezweeringen te doen, hebben grooten invloed om het gemeen te wederhouden van het pleegen dier ongeregeldheden; maar de menschliefde deezer Wyzen strekt zich zel. den wyder uit dan tot hunne eigene Familien. Tot der zelver verdediginge zullen zy al hun invloed te werk stel. len; doch, wanneer hunne eigene Bloedverwanten zich aan het zelfde misdryf schuldig maaken, stellen zy zich zelden tusschenbeiden. Dat partydig gedrag verwekt eeni. ge heimlyke en ook openbaare vyandschappen; doch de meesten hunner nabuuren worden afgeschrikt door vreeze of bygeloof, om hunne wraak uit te oefenen, en zelfs oneerbiedig van hun te spreeken , of het moet agter hun rug zyn; een misdryf, waar aan elk Indiaan in dit Land, zonder uitzondering, zich schuldig maakt.

Niettegenstaande de Noorder Indiaanen zo hebziek zyn, cn zo weinig ontzags betoonen voor byzonderen Eigendom , dat zy van elk voordeel, 't welk lichaamssterkte hun verschaft, zich bedienen, om hunnen Naasten te berooven, niet alleen van hunne Goederen, maar ook van hunne Vrouwen, maaken zy egter, in andere opzigten , het zagtaartigste Volk uit, 't welk aan de oevers van Hudson's Baay gevonden wordt; want, hoe groot de beledigingen of verliezen, hun aangedaan, ook weezen mogen, zy zullen nooit eenige andere wraakneeming, dan het worstelen, zoeken. Wat Moord betreft, welke zo gemeen is by alle Stammen der Zuider Indiaanen, van deezen hoort men onder hun zeldzaam. Een Moordenaar wordt geschuwd, en gevloekt. by heel den Stam, en is genoodzaakt herom te zwerven, verzaakt door zyne voorige Vrienden en Bloedverwanten. Ten deezen opzigte mag een Moor denaar vergeleeken worden by CAIN, naa dat hy zyn Broe. der ABEL hadt doodgeslaagen. De koele en versmaa. dende bejegening, welke hy ontmoet van allen die hem kennen, doet hem droefgeestig worden; en hy verlaat nimmer eene plaats, of allen zeggen: „ Daar gaat de Moordenaar!

dom, dood

De Vrouwen, 't is waar, ontvangen zomtyds eenen ongelukkigen slag van haare Egtgenooten, wegens wangedrag, 't welk den dood ten gevolge heeft; maar dit wordt niet gerekend. Dat een Man of Vrouw elkander doodt uit wraak of jalousy, of om eenige andere reden, is zo zeldzaam, dat 'er weinigen leeven, hier aan fchuldig. Tegenwoordig ken ik 'er geen één, uitgenomen MATONABBEE, die ooit zich iets dergelyks onder. wondt.

Deeze MATONABBEE was een berugt Volksgeleider one der de Noorder Indiaanen dien Mr. HEARNE ontmoette by zyne wederkomst aan Prince of Wales' Fort, en dien hy naderhand aannam als zyn Gids, op zyne derde Reize na de Copper - Mine Rivier. Deeze Man hadt gewelddaa-. dig eenen anderen Indiaan van zyne Vrouwe beroofd, die eenigen tyd daar naa, haaren Schaaker ontvlood, en zich weder by haaren Man vervoegde. Die ongelukkige Man vervoegde zich naderhand by Mr. HEARNE's gezelschap, op eene plaats, Clowey geheeten. MATONAIBEE, gehoord hebbende, dat hy (maadlyk van hem gesprooken hadt, wegens het gewelddaadig wegvoeren zyner Vrouwe, be. floot hem te vermoorden. Daadlyk gaf hy hem drie steeken in den rug, en zou hem afgemaakt hebben; doch werd hierin verhinderd door eene tydige tusschenkomst. De drie op het schouderblad toegebragte wonden waren niet

9

E 5

doodlyk. Wanneer MATONABBEE, schryft Mr. HEARNE, naa het pleegen van dit schriklyk misdryf, naar zyne tent wederkeerde, ging hy zo bedaard nederzitten als of 'er niets gebeurd ware; hy vroeg om water tot het afwasschen van zyne bloedige handen en més , rookte zyn pyp naar gewoonte, en scheen geheel te vrede; hy vroeg my zelfs , of hy niet wel gedaan hadt?” Nogthans was die Man, naar HEARNE's getuigenis, in alle andere opzigten, van zulk een gezond verstand, en zo menschlyk, dat ik geen reden weet te geeven van zyn bedryf eener zo schriklyke gruweldaad, dan dat hy zo langen tyd geleefd hadt on. der de Zuidor Indiaanen , en daar door hunne bloeddor: ftige en wraakgierige geaartheid overgenomen.

Deeze laatstgemelde omstandigheid wordt niet aangevoerd om het misdryf van MATONABBEE te verschoonen ; maar om reden te geeven van deeze bykans éénige uitzondering in het character van Menschlievenheid, door Mr. Hearne aan de Noorder Indiaanen toegekend. 'Er is nogthans eene andere Charactertrek in dat van MATONABBEE, welke de goedkeurende bewondering der Europische Schoonen zeker niet zal wegdraagen. Hy schreef, naar het getuigenis van Mr. HEARNE, alle onze ongelukken, op onze voorige Tochten, toe aan het verkeerde beleid myner Gidsen; en het plan 't geen wy volgden, op begeerte van den Gouverneur, om geene Vrouwen met ons te nee. men , was, zyns oordeels, de voornaame oorzaak van alle onze behoeften, die zo veel leeds berokkenden ; ,, want," zeide hy,

wanneer alle de Mannen zwaar belaaden w zyn, kunnen zy niet jaagen, of reizen van eenige uitge

strektheid afleggen; en als zy op de jagt wel naagen, wie zal de vrugt huns arbeidsmedeneemen ?” Hy voegde 'er by: „ Vrouwen zyn voor den arbeid geschikt;

één haarer kan meer draagen of trekken , dan twee

Mannen. Zy zetten onze tenten op, zy maaken of , vertellen onze kleederen, zy verwarmen ons 's nagts; , in de daad, het reizen op eenigen aanmerkelyken af. > stand , of voor een geruimen tyd, is, in dit land ,

buiten de hulp der Vrouwen, onmogelyk.” Hy liet 'er op volgen : De Vrouwen, schoon zy alle dingen ,, doen, worden voor eene kleinigheid onderhouden: want,

daar zy altoos het eeten gereed maaken, is het aflikken

haarer vingeren, in fchraale tyden , genoeg tot haar leeng vensonderhoud.” Dit, hoe vreemd het klinke, is, naar Mr. HEARNE's aanmerking, eene maar al te waare

be

[ocr errors]

27

beschryving van den staat der Vrouwen in deezen oord; althans zo als die zich uiterlyk vertoont; want de Vrouwen draagen altoos den voorraad, en het is meer dan waar1chynlyk dat zy zichzelve helpen , als de Mannen zich niet tegenwoordig bevinden.

Mr. HEARNE ontmoette , in zyn derde Tocht na de Copper-Mine Rivier, eene Tent van Noorder Indiaanen, aan de Noordzyde van de Thelewey-aza Rivier; van deeze Indiaanen kogt MATONABBEE eene Vrouw, zo dat hy 'er nu niet minder dan zeven hadt; de meeste deezer zouden van wegen derzelver grootte wel Grenadiers hebben kunnen weezen. Hy beroemde zich op de grootte en sterkte zyner Wyven, en betuigde meermaalen , dat weinige Vrouwen zwaarder lasten zouden kunnen draagen of trekken dan de zyne; en schoon zy over 't algemeen een zeer manlyk voorkomen hadden, nogthans gaf hy aan deeze de voorkeuze boven die van een kleinder gestalte en een tederer gestel.

In een Land gelyk dit , waar eene Deelgenoote te hebben in bovenmaatigen zwaaren arbeid de hoofdbeweeg. reden is der keuze, en de 'zagtere aangenaamheden des Huwelyksleevens alleen in den tweeden rang komen

, schynt zulk eene keuze zeer welgepast. Maar, indien alle Mannen op deeze wyze dagten, wat zou 'er dan worden van het meerendeel der Vrouwen, die, over 't algemeen, kort van gestalte, en meest van een zwakke geIteldheid zyn, schoon niet in den evenredigsten of schoonften vorm gegooten?

De Vrouwen der Noorder Indiaancn, over 't algemeen genomen, zyn zo zeer ontbloot van schoonheid, als eenig Volk, 't welk ik immer zag , schoon eenige jonge 'er draaglyk wel uit zien, maar de zorg voor het Huisgezin, gevoegd by den bestendigen zwaaren arbeid , maakt dat zy 'er oud en gerimpeld uitzien eer zy dertig jaaren be. reikt hebben; en verscheide van de meer gemeene zyn in die jaaren reeds volkomen geneesmiddelen tegen de liefde en galanterie. Dit, nogthans, maakt die Vrouwen niet min dierbaar en gefchat by derzelver Bezitteren; 't welk eene gelukkige omstandigheid is voor die Vrouwen ; en een voldingend bewys oplevert , dat 'er zulk een ding als een bestendige maatstaf van schoonheid niet bestaat.

Vraag een Noorder Indiaan wat eene Schoonheid is? Hy zal u antwoorden, een breed plat aangezigt, kleine oogen, uitsteekende kaakebeenen , drie of vier breede

zwar

« EelmineJätka »