Page images
PDF
EPUB

bouwen, altoos het hout boven hunne woonplaatzen afknaagen , derwyze, dat de stroom, met weinig moeite, het ter_begeerde plaatze voert.

De Beverhuizen worden vervaardigd van dezelfde Bouwstoffen als hunne Dyken, en zyn altoos in grootte geëvenredigd aan het getal der Bewoonderen, die zeld. zaam meer zyn dan vier ouden, en zes of acht jongen : schoon ik, by toeval, het dubbele van dit getal wel eens heb aangetroffen.

Deeze Beverwooningen, schoon niet geheel onzer bewonderinge onwaardig

, schieten verre te kort by de algemeene daar van gegeevene befchryvingen: want, in Itede dat 'er orde en geregeldheid in is waargenomen , zyn ze van een veel ruuwer maak zel dan hunne Dammen.

Zy, die het ondernomen hebben het binnenste van de Wooningen der Beyeren te befchryven, en dezelve voorstellen als hebbende onderscheidene vertrekken, verordend tot verschillende gebruiken; als eetzaalen, slaapkamers, voorraadverzamel- en oplegplaatzen, en één tot een heimiyk gemak, enz. moeten weinig des onderwerps kundig geweest, of, 't geen nog erger is, zich schuldig gemaakt hebben aan eene pooging om het ligtgeloovig gemeen te bedriegen, door de grootste valschheden als waare daadzaaken voor te stellen. - Een veeljaarig bestendig verblyf onder de Indiaanen, geduurende 't welk ik gelegenheid had om veele honderden van deeze Be. verwooningen te zien, stelt my in staat, om, met yolkomen zekerheid, te zeggen, dat alles, wat men van dien aart vertelt, volstrekt valsch is : want, niettegenstaande de schranderheid deezer Dieren, heeft men nimmer opgemerkt, dat zy na eenig gemak of geryf in hunne woo. ningen zoeken, uitgenomen eene drooge legplaats: daar ook eeten zy gewoonlyk de spyze, welke zy in het wa. ter hebben opgedaan.

Het gebeurt dikwyls, dat eenige van de groote Beverwooningen een of meer afdeelingen hebben, als men 'er dien naam aan wil geeven; doch dit is niets meer dan een gedeelte deszelfden gebouws, door de schranderheid des Bever's gelaaten om het dak te onderschraagen. In dusdanige gevallen ziet men doorgaans, dat die onderschei. dene vertrekken, (gelyk het eenigen gelust ze te noemen,) geene gemeenschap met elkander hebben dan door het water: zo dat zy, met de daad, dubbele of driedub

bele Huizen mogen genoemd worden cerder dan onderscheidene vertrekken van 't zelfde huis.

Onder andere heb ik eene groote Beverwooning gezien, gebouwd op een klein Eiland, waarin omtrent een twaalftal vertrekken, onder één dak, zich opdeeden; en, twee of drie deezer alleen uitgezonderd, hadden zy geene gemeenschap altoos met elkander, dan alleen door het water. Dewyl 'er Bevers genoeg waren om ieder der vertrekken te be. woonen, is het meer dan waarschynlyk , dat elke Fa. milie zyn eigen vertrek kende, en altoos zyn eigen deur inging; zonder verder eenige gemeenschap met de buuren te hebben, dan eene vriendlyke zamenleeving : en dat zy hunnen arheid vereenigden in het oprichten der byzondere wooningen, en het aanleggen van dyken, waar dezelve noodig mogten weezen. Het valt moeilyk te beo paalen, of hun belang by andere gelegenheden eenigerwy. ze wederkeerig werkte. De Indiaanen, die, ten deezen tyde , by my waren, doodden twaalf Bevers, en vyf en twintig jongen en half volgroeiden, uit het boven beschreeven Huis; en by nader onderzoek bevonden zy, dat veele Beyers hunne wakkerheid ontsnapt waren, en niet konden gekreegen worden dan ten koste van meer moeite, dan 'er noodig zou weezen, om dubbel dat getal, op eene min bezwaarlyke plaats, magtig te worden. De moeite , op welke ik hier doel, ontstondt uit de on. telbaare wykplaatzen welke de Bevers hadden aan de kanten van deezen Poel, en uit de dikte der gebouwen in eenige gedeelten.

Reisbeschryvers, die beweeren , dat de Beyers twee deuren in hunne Wooningen hebben, een aan de landzy. de en een aan den waterkant, fchynen nog minder met deeze Dieren bekend, dan zy die hun eene menigte van vertrekken, ten byzonderen gebruike geschikt, toekennen. Zodanig eene schikking zou geheel aanloopen tegen hunne leevenswyze, en teffens bunne wooningen geheel ten onbruike maaken, ongeschikt om hun te beschermen tegen hunne vyanden, of te beschutten tegen de felle winterkoude.

Ik kan my van lachen niet wederhouden, als ik de Schrif. ten lees van veele Schryveren, die over de huishouding der Bevers de pen op 't papier gezet hebben : dewyl zy elkander den voorrang in het verzinnen van veel fabelagtigs fchynen te betwisten. Maar de Verzamelaar van een Stukje, Over de Wonderen van Natuur en Kunst, schynt, in dit Atuk, allen voor te streeven : daar hy niet alleen verzamelde alle de vertelzeltjes, welke men by Schryvers over dit onderwerp ontmoet; maar dezelve zodanig vermenigvuldigd heeft, dat 'er weinig aan de Natuurlyke Historie van den Beyer schynt toe te voegen, dan een Woordenboek van hunne Taal, een Zamenstel van hunne Werten, en een Schets van hunnen Godsdienst, om de volkomenste Natuurlyke Historie van dit Dier te le. veren, welke immer, met mogelykheid, kan worden aangeboden.

In de daad, 'er kan geen grooter bedrog, geen groo. ter hoon voor 't verstand der Leezeren zyn, dan de poo- . ging om hun eenige byzonderheden, aan den Bever toe. geschreeven, te doen gelooven; en, schoon het niet te veronderstellen of te eischen is, dat de Opsteller van een algemeen Werk door en door kundig is van elk onderwerp, 't welk hem in de afwerking, zyner wyduitgebrei. de taak voorkomt, en waar over hy niet voorby kan te spreeken, is egter eene zeer middelmaatige toedeeling van verítand genoegzaam toereikende om hem te hoeden van geloof te Ilaan aan zulke wonderbaarlyke verhaalen, hoe zoetlyk ze ook mogen verteld, en hoe sterk zy mogen verzekerd worden door den zich in verciering toegeeven. den Reisbeschryver.

(Het Vervolg en Slot hier naa.)

[ocr errors]

UITLEGGING VAN DEN DROES - STOEL EN DROES

KUSSEN, TE BENTHEIM,

Aan myn Vriend ****

Met ret genoegen voldoe ik aan uwe begeerte, om u eenige

uitlegging van den zogenaamden Droes. ftoel en Droeskussen, te Bentheim, te geven ; dan alvorens daar toe te treeden, verzoeke ik, zo ik al iets itelligs deswegens mogt onderneemen op 't papier te brengen, het flegts als gis. fingen aan te merken, die ik u niet behoef te zeggen dat fomwylen het gevolg der oudheidkundige onderzoeken in die en nabuurige Landstreeken zyn.

Aan de Noordwestzyde van de hooge muuren van het overoude Slot te Beniheim vindt men een regt opgaande, doch zeer smalle, Steenrots, van ouds genaamd de Droes. ftoel, waar op een ruim driemaal grootere ligt, die de be. naming draagt van Drees-kussen, en den nieuwsgierigen Reiziger onder den thans bekenden naam van Duivels-oor. kussen , zonder eenige uitlegging, vertoond worden.

doch

Mm 5

Het Slot, (zo wel als de Stad van dien naam, op Stcenrotzen, welke aldaar in menigte gevonden worden, gestigt,) is, naar het algemeen gevoelen, vóór de gewoone tydrekening, gebouwd door Drusus Nero Germanicus, Stiefzoon van Augustus, en van denzelven derwaards gezonden om alle die en aangrenzende Landen tot aan de Noordzee toe onder de Romeinsche Heerschappy te brengen, op dat Romen van de eene Zee tot de andere heerschen zoude, en één van die Kasteelen, welke hy aan de Eems, Lippe, Rhyn en Elbe, en landwaards in, tot in toom houden der overwonnen Volkeren heeft aangelegd, en zynde deeze Sterkte aan de aldaar zig nedergeslagen hebbende Tubanten den naam verschuldigd van Bentheim, samengetrokken van Tubantheim (*), Land der Tubanten.

Deszelfs geheele bouworde toont duidelyk aan dat het van eeuwen herwaards en wel Romeinsch is, uitgezonderd eenige kleine gedeelten, welke men gist onder de Frankische Regeering gebouwd te zyn,

Suetonius, in het Leven van Tib. Claud. Drusus, heeft aangetekend, dat hy was wreed van aart, mishandelende die geenen, die hem eenigzints in 't oog waren ; zo dat de enkele naam van Drusus genoeg was om onze aldaar woonende Voorouders, hoe onvertzaagd ook, vreeze aan te jagen, en aanleiding te geven, dat zy, zynen naam in dien van Droes (t), en namaals Duivel, verdraaijende , den geenen, dien zy iets kwaads wenschten, toewierpen, dat hem de Droes (Drusus) mogt halen.

Uit deeze naamsverandering zoude men kunnen opmaken, dat deeze Droes of Drusus, op. den ondersten iteen (Droes - stoel) zittende, misschien denzelven tot zynen Ze. tel, voor of na het aanleggen dier Sterkte, gebruikt heeft

of

[ocr errors]

(*) Heim, een oud Duitsch woord, betekenende zo veel als Land, b. v. Heim - wee , ziekte van een die naar zyn Land verlangt.

(1) l'aernewyk , Hist. van Belgis, fol. 90 vso. Picard, Drentsche Oudheden, p. 177

[ocr errors]

of tot het doen van aanspraken aan zyne Krygsknegten, of tot het uitspreeken van vonnissen over de door hem ten onder gebragte Tubanten, die hem, om zyne aan hun gepleegde wreedheden, den naam van den Droes agterlieten, en daarvan genoemd word de Droes - stoel, en dus vereischt de benaming van Droes - kussen, als het rugAteunfel des geenen op den Droes. ftoel zittende, gelykerwyze afgeleid , geene nadere verklaring ; hoe ook het Droes - kussen op den Droes - stoel gekomen zy, is een vraag, welke in allen deele gelyk' staat met die over de omgelegene Huinebedden.

Zie daar, waarde Vriend! uwe vraag, wat of de zogenaamde Droes. ftoel en Droes - kussen zyn, zo verre my mogelyk is, beantwoord. De weinige oogenblikken, welke ik by myne reize in 1792 aldaar vertoefd heb, hebben my buiten de mogelykheid gesteld u een afteke. ning of juiste bepaling der hoogte te kunnen mededeelen.

Het ware te wenschen, dat de vroegste bebouwers en Inwooners dier Landstreeken den Nakomeling een grondiger en uitgestrekter kennis van hunne bedryven hadden medegedeeld ; .zeker zoude men dan, de menigvuldige Oudheden in die en omgelegene Landstreeken beschouwende , geene verkeerde denkbeelden hegten aan het geen misschien gewoonten van eeuwen herwaards hebben agtergelaten. den Haag, den

N. 28 Augustus 1798.

[ocr errors]

BERICHT, AANGAANDE DE VERMAARDE ROMEINSCHE
TAPYTEN, GEWEEVEN VOLGENS DE TEKENINGEN

VAN RAPHAËL.

(Uit het Fransch.) DE

eeze beroemde Tapyten, weleer een der aanmerk

lykste cieraaden van Rome, zyn, na de verovering deezer aloude Stad, door de Franschen, benevens veele andere Pronkstukken van smaak en konst, naar Parys overgebragt, alwaar zy thans voor een ieder in het Mu. feum der Louyre te zien zyn. Het getal deezer Tapyten beloopt een - enl - twintig :, die niet alle even voortreflyk zyo ; fchoon de verheven smaak van Raphaël in alle

ken

« EelmineJätka »