Page images
PDF
EPUB

Mina, en Aandrift der menschelyke ziele, geagt wordt.

Dit gevoel is het byzonder voorregt van 's Menfchen Rede, en de eenige grond waar in 't zelve kan opgroeijen en rypen. Eene Deugd uit dwang en een Godsdienst uit overheersching zyn in 't oog loopende tegenzeggelykheden.

Slaayerny wischt het Beeld van GOD, oorspronglyk der Menschlyke Natuure zo sterk en diep ingedrukt, uit; en maakt den staat des Menschdoms oneindig schandlyker en veel bejammerenswaardiger dan die der Dieren des Velds, wier rang op de schaal der weezens over 't algemeen vordert, dat zy onderworpen zyn aan het volstrekt bedwang van een hooger verstand; en die , door den GOD der Natuur verordend zynde tot lydelyke dienstbaarheid, gelukkig geen trek na Vryheid en Onaf hanglyk. heid ontwaaren. Zo dat, volgens dit plan, de eigen. dunklyke Monarch in de redelyke, en die Beesten, welke al te wild en woest zyn, in de dierlyke, wereld de eenige voorwerpen van GODS algemeen Bestuur zouden weezen, welke hy immer ten oogmerke hadt de aangenaamheden der Vryheid te doen smaaken. Of, met andere woorden, dar de zwakste, de nutste en onschuldigste , geheel de Natuur door, te eenemaal verlaaten zouden weezen door de Voorzienigheid, en ten prooije gegeeven aan verdrukkende en vernielende overmagt 7yrannen, in zich zelven de voorwerpen van afschrik en veryloeking, boven het be. reik van pyn, armoede, of dood; de vyanden van GOD, die het plan van zyn Opperbestuur hoonen en tarten; de geesfels der Volken; de pesten der menschlyke Maatschappye, die medelyden en menschlievenheid in 't algemeen ons verpligten om tegen te staan, en, indien het inogelyk is, te vervolgen, zo verre 'er zich eenige waarschynlykheid van wel te zullen naagen opdoet , tot derzelver volstrekte verdelging -deeze vervreemden van menschlykheid , zeg ik, zouden voor wraake beschut weezen ; hun geweld voor onyederstandelyk verklaard , en hun hooge gezalfde wreedheid gezalfd geagt worden.

Maar wie kon hun een zo onderdrukkend en beledigend Gezag, geeven? Dit kon de Opper - Oorsprong yan alle Magt niet doen, zonder zichzelven te verlochenen, en zyne zedelyke volmaaktheden te ontluisteren dit niet voortkomen uit Toestemming der Menschen, als die nimmer vrywillig konden overeenkomen tot het bestemmen van hunne eigene schande en elende. De magt, derG2

hala

halven , welke zy zich toeëigenen, moet geheel en al overweldiging weezen. En te zeggen dat zy niet wederstaan en bedwongen moeten worden, schoon 'er eene meerdere Magt zy, in staat om hun binnen de paalen van eer en regt te brengen, is, in de daad, het zelfde, als te beweeren, dat de Natuur bestemd en gevormd was tot. onheil, tot onnoodig, en boosaartig bedoeld, onheil; en dit alles met geen ander oogmerk, dan om den trots en weelde van Magt op te hullen, en eenigen boven huns gelyken van natuure te verheffen, ten einde zy den voet op den nek zouden zetten van hunne Natuurgenooten. Zulk eene gesteldheid der dingen zou men eigenaartig verwag. ten van een grillig of kwaadaartig Weezen ; maar die toe te fchryven aan een God, die hoogst regtvaardig en oneindig goedertieren is, loopt uit op Godslastering. Indien de Openbaaring strekte om zulke buitenspoorige eischen te onderschraagen, eischen die het gezond verstand als'in 't aangezigt vliegen, geen vertoon van Wone derwerken zou het gezag van zulk eene Openbaaring kunnen onderschraagen, of dezelve dekken tegen de versmaading van den wyzen, den braaven en den goeden.

Dit egter is verre van het geval te weezen; want de heginzels des Christendoms stryden even zeer tegen de Tyranny in de Bestuurders, als tegen Oproerigheid by de Onderzaaten. Dit is het wenschenswaardige middel, om volkomene Vryheid, zonder ongebondenheid, en volslagene Orde, zonder inbreuk op onze natuurlyke Regten, daar te ftellen en te bewaaren. Doch 'er deeden zich by. zondere redenen op, om, op de sterkste wyze, Ondera werping en Gehoorzaamheid aan

de Overheden aan te beveelen, ten tyde dat de Euangelieleere eerst verkondigd wierd.

Tyrannen, in de daad, (van welken God een gruuwen heeft) waren toen in het bezit van Regeering en Gezag ; maar de tegenverklaaringen en poogingen van eenen kleinen en veragten Aanhang, toen ten tyde in de eerite opkomst, konden geen slag toebrengen aan derzelver trots of wreedheid, noch in 't allerminst hunne Throonen doen waggelen. Die Aanhang mogt, door een voorbaarigen en overhaasten yver, zich zelven geheel en al yerpletterd hebben, maar was buiten staat, met eenig vooruitzigt op eenen gewenschten uitslag, de Vryheden des Meuschdoms weder te eischen of te verdeedigen. Te deezer oorzaake was bet voor de Christenen de wysste en beste party

ges

gekoozen, en gevolglyk pligtmaatig, zich te onderwerpen.

Het vermaan van Apostel PAULUS: Alle ziele sy den Maglen over haar gesteld onderworpen (*)

mogt, in dien tyd, weinig meer betekenen dan de raad door onzen Zaligmaaker gegeeven aan den Ryken Jongeling, om alles wat hy hadt te verkoopen, het den armen te geeven, en hem te volgen (+). Dit bevel was zelfs toen niet een algemeene verpligting, den Christenen opgelegd; noch, zo verre ik kan vinden, aangedrongen by cenigen, dan by de Bekeerlingen uit de Jooden, wier Land CHRISTUS voorzag, dat, binnen korten tyd, het tooneel des Oorlogs zou worden, met schennis en verderf van allen byzonde. ren eigendom : hierom gaf hy wyslyk den raad om hun. ne middelen liever te besteeden tot het ondersteunen van de zaak der waarheid en regtvaardigheid, dan dat dezelve zouden vallen in de handen der Romeinen, de Plun. deraaren der wereld, tot iteun en onderschraaging van hunne Tyranny. Eene gemeenschap van gocderen werd, der. halven, het beste voor de Christenen gekeurd in hun toenmaaligen stand, en in de donkere uitzigten , welke hun omringden: zo was ook, om dezelfde algemeene beweeg. redenen, voor hun noodig eene fille onderwerping aan onregtmaatig geweld,

Maar is het redelyk, dat wy, (Engelschen,) wier Vry. heden vastgesteld en bepaald zyn door de vereenigde toe. stemming van Vorst en Volk, ons zouden gelegd vinden onder dezelfde harde voorwaarden van onderwerping, als de Slaaven van een wetloos en onwederstaanbaar Over. meesteraar? De gevallen zyn zo zeer ongelyk, dat men van het eene tot het andere niet kan redenkavelen. Zulk eene onderwerping aan Eigendunklyke Magt, als Tegtmaatig en noodzaaklyk was in de Eerste Eeuw des Christendoms, zou tegenwoordig niets anders weezen dan een vrywillig verraaden van onze eigene Regten, van die onzer Nakomelingschap, strydig met alle de Wetten van GOD en de Natuur. · Doch 'er deeden zich, ten tyde der Apostelen, nog andere redenen op, om Gehoorzaamheid en Onderwerping

te

(*) Rom. XIII: 1.
(t) Matth. XIX: 21.

te betoonen aan hun, die toen de teugels der Regeeringe in handen hadden, schoon onregtinaatig en by over. weldiging. Want een nieuwe Secte moest natuurlyk omen opzienbaaren by een nog onvast Bestuur, niet gegrond op de beginzelen van Regtvaardigheid. De zodanigen, derhalven, die deeze Godsdienstleere omhelsd hadden, moesten, om met te meer gerustheids een Gods: dienststelzel, 't geen zy voor van Godlyke herkomst rekenden, te bezitten, bovenal om. en voorzigtig weezen ten aanziene van alle vraagstukken en geschillen, het Bur. gerlyk Bestuur betreffende; ten einde zy, door ontydig te voorschyn te treeden als volyverige voorstanders der Vryheid, hunnen Vyanden geene gelegenheid gaven om het Christendom zelve, als een Stelzel van Opstand, te brandmerken, en als eene Leer uit te kryten, strekkende om de Wetten en Regeeringsgefteltenissen der Volken het onderst boven te werpen.

Daarenboven werden de vroegste Christenen door hunne Heidensche Vyanden enkel aangezien als een byzonde. ren Aanhang des Joodschen Volks, van 't zelve alleen onderscheiden in eenige plegtigheden en inrigtingen van Bygeloof. En naardemaal de Jooden, in 't algemeen, by de Romeinen bekend stonden als een hardnekkig en oproerig Volk, en het voorts wel bekend

was,
dat

zy, omtrent deezen tyd, in de verwagting leefden dat 'er onder hun ten dien dage een groot Vorst zou opstaan, die eene nieuwe algemeene Heerschappy zou oprigten, kon 'er niets verstandigers weezen, dan de Christenen tot eene stipte onder. werping aan de Heerschende Magten aan te maanen; als mede dat Apostel PAULUS , in 't byzonder, dit ttuk aandrong by de Christenen ţe Rome, voor het meerdergedeelte uit lieden van Joodsche herkomst bestaande ; dat Apostel PETRUS dit desgelyks deedt by de Joodsche Vreemdelingen , verstrooid in andere afgelegener Volkplantingen van het wydstrekkend Romeinsche Ryk.

Over 't geheel, schoon de algemeene beginzels en verpligtingen tot Deugd onveranderlyk en voor de geheele menschlyke natuur dezelfde zyn, kunnen nogthans tegen. woordige Pligten veranderen, als de omstandigheden verwisselen. Schoon wy, derhalven, toestonden, dat de Apostels PAULUS en PETRUS, te boven gemelde plaatzen, in hunne Brieven , eene volstrekt lydelyke gehoorzaamheid en het bieden van geenen wederstand (in dien tyd (*)) leeraar. den aan de Vorsten, toen met gezag bekleed, kan hier uit, gelyk reeds is aangemerkt, geenzins volgen, dat dezelfde verpligting, tot eene algeheele , ingewikkelde en slaafsche, onderwerping, even zeer op ons rust; op ons, die in eenen geheel anderen stand ons gesteld vindein, die wettige regten bezitten.

Om dit stuk klaarder te betoogen, en buiten allen bereik van rechtmaatige tegenspraak te stellen, zal ik nu voorts,

In de eerste plaats , kortlyk handelen over de Godlyke Instelling, den Oorsprong en het Einde, van het Bur. gerlyk Bestuur.

In de tweede over de uitgestrektheid des Gezags in de Bestuurende Magten, en de juiste maate van Gehoorzaamheid en Onderwerping in de 012derzaaten, Waaruit wy dan onmiddelyk zullen kunnen afleiden, waar in over 't algemeen de Pligt van beiden bestaat.

Laaten wy een begin maaken met de Godlyke Instelling, den Oorsprong en het waare Einde, van het Burgerlyk Bestuur, - niet van eenige byzondere Staatkundige Insigting ; maar van het Burgerlyk Bestuur , volgens het oogmerk der Natuure , en het eerst' oogmerk van God, onder alle deszelfs onderscheidene gedaanten.

Het eerste, 't geen zich hier ter overweeginge aanbiedt, is de Vraag: In hoe verre is het Burgerlyk Bestuur een Ordonnantie yan GOD ? Ten antwoorde hierop , denk ik vrylyk te mogen beweeren, dat geen Bestuur verdient vereerd en geagt te worden als van Gods Instel

dan 't geen gevormd is en volvoerd wordt naar het Plan van zyn eigen algemeen Bestuur. Regtvaardigheid en Genade staan omtrent den Throon des Eeuwigen, en door deeze wordt zyne Heerschappy, en de uitoefening van zyne Almagt, altoos bepaald. Kan bet nu verondersteld worden, dat hy mindere en van HEM afhangende Magten, in zyne Onder regenten en

Ver.

ling,

(*) Ik heb 'er deeze bepaaling bygevoegd , om dat dit der Apostelen gevoelen niet was , doch de Leer der Schriftuure., ten opzigte van het Burgerlyk Bestuur in 't algemeen en de Regten der Onderzaaten, gelyk uit het vervolg van dit Vertoog nog duidlyker zal blyken.

« EelmineJätka »